Minister mag kliniek opdragen te stoppen met ongeregistreerd long-covidmedicijn

Haarlem|
De rechtbank Noord-Holland heeft uitspraak gedaan in een kort geding tussen een kliniek uit Velsen-Noord en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Naar het oordeel van de rechtbank mag de minister de kliniek opdragen de behandeling van long-covidpatiënten met een ongeregistreerd geneesmiddel te stoppen.

Ongeregistreerd geneesmiddel

De klinieken verzorgen de behandeling van pijn- en andere klachten bij patiënten met long-covid. Voor een deel van de patiënten gebruiken ze daarbij een nieuwe toepassing van het geneesmiddel lidocaïne dat patiënten zichzelf thuis kunnen toedienen met een injectie. Volgens de Inspectie schrijft de kliniek daarmee een niet-geregistreerd geneesmiddel voor dat niet eerder is toegepast.

Stoppen binnen drie maanden

Namens de minister meldde de Inspectie voor de Gezondheidszorg op 23 juli 2026 aan de kliniek dat ze binnen drie maanden moeten stoppen met de behandeling met het ongeregistreerde geneesmiddel. Ze mogen alleen doorgaan met het voorschrijven van de medicijnen voor thuisgebruik als dat in een klinische proef gebeurt, wat nu niet het geval is. Ook moeten ze van de Inspectie met elke patiënt de behandeling en mogelijke complicaties van het gebruik van deze medicijnen goed bespreken en dat vastleggen. Tot slot moeten de kliniek duidelijk zijn over het feit dat de artsen die dit medicijn voorschrijven, octrooihouder zijn van deze medicijnen.

De kliniek heeft Protest van een particulier of organisatie tegen bepaald overheidshandelen. gemaakt tegen het besluit van de minister en vraagt om schorsing van het besluit, zodat de zorg aan hun patiënten kan worden voortgezet. Staking van de behandeling leidt volgens de kliniek tot een ernstige terugval voor de patiënten, waaronder verergering van neuropathische pijn, vermoeidheid en cognitieve klachten.

Toezicht op patiëntveiligheid weegt zwaarder

Voor de Rechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. staat vast dat er op dit moment geen wetenschappelijke basis is voor de behandeling met het ongeregistreerde geneesmiddel. De klinieken mogen onder voorwaarden hun patiënten met het geregistreerde geneesmiddel of een ander geneesmiddel behandelen. Ze hebben echter niet toegelicht waarom deze alternatieven niet zouden werken. Ook is niet gebleken dat de kliniek vaart zet achter het opzetten van een klinische proef, of op een andere manier een wetenschappelijke basis voor de behandeling te krijgen. Daarom vindt de rechtbank dat het belang van de Inspectie om toezicht te houden op goede zorg en de patiëntveiligheid, zwaarder weegt dan het belang van de kliniek en de betrokken patiënten bij een schorsing van het besluit van de minister.