Man (79) veroordeeld voor moord op verstandelijk en lichamelijk beperkte dochter

De verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. verklaarde dat zijn dochter niet meer gelukkig was in de instelling waar zij verbleef. Zij vertelde hem een half jaar voor haar overlijden regelmatig dat zij dood wilde. Enkele getuigen ondersteunen deze verklaring. De bewuste ochtend van 21 juni haalde de man zijn dochter op uit de instelling. Zij overleed nadat hij haar gas uit het gasfornuis had toegediend. Hij wilde haar uit liefde helpen.
Levensbeëindiging op verzoek
De centrale vraag luidt of er sprake is van ‘levensbeëindiging op verzoek’. In dat geval moet de ander ondubbelzinnig kenbaar maken dat er een serieuze, weloverwogen en duurzame wil is om te overlijden. Degene moet geestelijk niet in de war zijn en een eenmalig geuit verlangen is niet toereikend.
De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. concludeert dat er in dit geval geen levensbeëindiging op verzoek is geweest. Uit verklaringen van de man blijkt dat het zijn eigen idee was om het leven van zijn dochter die ochtend te beëindigen. Ze hebben toen niet gecommuniceerd over zijn plan en de wijze waarop hij dat wilde uitvoeren. Daardoor vindt de rechtbank dat de dochter haar doodswens niet ondubbelzinnig kenbaar heeft gemaakt, nog daargelaten de vraag of zij in staat was haar wil te bepalen.
Moord
De rechtbank vindt bewezen dat de man doelbewust en na kalm beraad heeft gehandeld en veroordeelt hem voor moordHet opzettelijk en volgens plan (met voorbedachten rade) iemand van het leven beroven. Maximale straf: levenslang.. Wel vindt de rechtbank de man verminderd toerekeningsvatbaar. Uit rapporten van een psychiater en gedragsneuroloog blijkt dat de man beginnend dementerend is. Dat is van invloed geweest op keuzes die hij heeft gemaakt. Hij zat vast in een spanningsvolle situatie en was door zijn ziekte minder goed in staat om na te denken over verschillende manieren om de situatie te doorbreken. De rechtbank vindt een gevangenisstraf van 30 maanden op zijn plaats.