Verdachte veroordeeld tot celstraf na fatale steekincident in Abbenes

Steekincident
Het incident gebeurde in de ochtend, rond 8.30 uur. Er was sinds acht maanden sprake van een hoogoplopende ruzie tussen aan de ene kant de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. en zijn vriendin en aan de andere kant de schoondochter en zoon van het slachtoffer. Tegen elkaar zijn verschillende meldingen en aangiftes bij de politie gedaan. Op 29 maart 2021 leidde het burenconflict tot een confrontatie. Het slachtoffer wachtte de verdachte op toen die zijn woning verliet en naar zijn werk wilde gaan. De auto van de verdachte werd klemgezet door de auto van het slachtoffer. Daarna achtervolgde het slachtoffer de verdachte te voet met een mes door de wijk.
Op enig moment staakte het slachtoffer zijn achtervolging en liep hij terug naar zijn auto. De verdachte had inmiddels een centralist van het noodnummer 112 aan de telefoon en liep al bellend even later ook terug in de richting van de parkeerplaats. De verdachte gaf aan de centralist door dat het slachtoffer weg was. Toen de centralist vroeg naar het kenteken van de auto van het slachtoffer, zag de verdachte het slachtoffer in zijn auto aan komen rijden. De verdachte probeerde het kenteken door te geven. Vervolgens klonk er gestommel op de achtergrond en hoorde de centralist de verdachte zeggen dat hij het slachtoffer had gestoken. De verdachte had door het openstaande raam van de auto naar beneden gestoken toen de auto van het slachtoffer tot stilstand kwam. Daarbij werd het slachtoffer in zijn bovenbeen geraakt. Het bleek een fatale steek, waarbij een slagader en ader in het dijbeen werden geraakt. Het slachtoffer overleed ter plekke aan de gevolgen van de verwonding.
Noodweer of noodweerexces
Volgens de verdediging was sprake van zogenoemd noodweerHet plegen van een strafbaar feit om jezelf of een ander te beschermen tegen een onmiddellijke bedreiging. De verdediging mag niet verder gaan dan noodzakelijk is. Als noodweer is vastgesteld, is er geen sprake van een strafbaar feit.: de verdachte moest zich wel verdedigen omdat hij op meerdere momenten werd aangevallen door het latere slachtoffer. Daarbij was bij de verdachte sprake van een hevige gemoedstoestand die hem ertoe bracht om het slachtoffer te steken en die werd veroorzaakt door de angst dat het slachtoffer de verdachte weer zou aanvallen. De verdediging heeft daarom ook een beroep op noodweerexcesAls iemand de grens overschrijdt van de noodzakelijke verdediging (noodweer), bijvoorbeeld omdat hij in paniek raakt, kan sprake zijn van noodweerexces. De dader is dan niet strafbaar. gedaan. Het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. vond eveneens dat sprake was van zogenoemd noodweerexces. Volgens de verdediging en het OM zou de verdachte moeten worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
Oordeel rechtbank
De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. oordeelt dat het beroep op noodweer niet slaagt. De verdachte werd weliswaar aangevallen door het slachtoffer, maar hij had de mogelijkheid om zich daaraan te onttrekken. De verdachte had de ruimte en de gelegenheid om via het trottoir of door de tuinen weg te weg te vluchten voor het slachtoffer. Het feit dat hij het kenteken aan het doorgeven was aan de centralist van 112, was niet van zodanig grote invloed op zijn reactievermogen dat vluchten voor hem onmogelijk was. Hij zag immers kans om opzij te springen om naast het portier van het slachtoffer terecht te komen en vervolgens door het deels geopende raam naar beneden in het been van het slachtoffer te steken. De rechtbank oordeelt dat de verdachte in plaats van te steken, zich uit de voeten had kunnen en moeten maken. Nu het beroep op noodweer niet kan slagen, kan het beroep op noodweerexces evenmin slagen.
Door het slachtoffer te steken heeft de verdachte het meest kostbare bezit van het slachtoffer, zijn leven, ontnomen. Het overlijden van het slachtoffer heeft voor veel verdriet gezorgd bij de nabestaanden. De rechtbank weegt bij het bepalen van de straf onder meer mee dat de verdachte niet de intentie had om een dodelijk messteek toe te brengen. De rechtbank heeft, naast de opgelegde gevangenisstraf, ook bepaald dat de verdachte drie nabestaanden van het slachtoffer een schadevergoeding moet betalen van in totaal ruim 31.000 euro.