Vergunning voor bouw windturbines Noorder IJ-plas onterecht geweigerd

Risico voor verkeersveiligheid
Wind Ontwikkeling Amsterdam Noord heeft bij de provincie Noord-Holland een omgevingsvergunning aangevraagd voor de bouw van drie windturbines aan de Noorder IJ-plas in Amsterdam. Gedeputeerde staten hebben de vergunning niet gegeven, omdat provinciale staten de daarvoor vereiste verklaring van geen bedenkingen niet gaven. Provinciale staten gaven die verklaring van geen bedenkingen niet omdat er natuurtoestemmingen ontbraken en omdat de windturbines een risico vormen voor de verkeersveiligheid rondom het knooppunt Coenplein.
Rechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt.: belangen niet goed afgewogen
Naar het oordeel van de rechtbank hebben provinciale staten ten onrechte in hun afweging betrokken dat er natuurtoestemmingen zouden zijn vereist. Daarover loopt een andere procedure. Over de verkeersveiligheid zegt Rijkswaterstaat in een advies dat het draaien van de windturbines extra afleiding geeft voor automobilisten op het al zeer verkeersonveilige Coenplein, waardoor de verkeersveiligheid onaanvaardbaar zou verslechteren. De andere betrokken ruimtelijke ordeningsbelangen wijzen volgens de provincie in de richting van het toestaan van de windturbines. Ook de belangen van omwonende woonbootbewoners zijn volgens de provincie geen reden om de vergunning te weigeren. Provinciale staten moeten een afweging maken tussen de gevolgen voor de verkeersveiligheid en het algemene belang dat is gediend met het plaatsen van de windturbines. Die afweging hebben zij niet goed gemaakt en niet goed onderbouwd.
Dit betekent dat provinciale staten de betrokken belangen opnieuw moeten afwegen om te beoordelen of plaatsing van windturbines daar in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.