Veroordelingen en vrijspraken minderjarigen voor ongeregeldheden na avondklok

Eerste verdachte
Een jongen van 17 jaar uit Zaandam werd aangehouden nadat hij op Telegram de oproep plaatste om een voor hem bekende politieagent te ontvoeren. Hij bekende die oproep geplaatst te hebben. Het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. ziet het plaatsen van deze oproep als opruiing en eist een werkstraf van 60 uur.
Ook de kinderrechterRechter die strafzaken tegen minderjarigen (12-18 jaar) en de civiele jeugdbeschermingszaken behandelt. vindt de opruiing bewezen en vindt dit een zeer ernstig feit dat bijdraagt aan de maatschappelijke onrust en agressie tegen de politie. Het heeft op de agent veel indruk gemaakt, met name omdat de oproep tegen hem persoonlijk was gericht. Bovendien is er na het plaatsen van zo’n opruiende oproep geen enkele controle meer over de gevolgen. Het had ook heel anders voor de politieagent af kunnen lopen. De kinderrechter rekent dit de jongen zwaar aan. De kinderrechter weegt mee dat de jongen al eerder voor strafbare feiten gericht tegen politie veroordeeld is geweest; hij had dus beter moeten weten. De rechtbank veroordeelt hem tot een werkstraf van 48 uur met aftrek van het voorarrest. Daarmee komt de werkstraf feitelijk uit op 30 uur. Daarnaast moet de jongen een schadevergoeding van 150 euro betalen aan de politieagent.
Tweede verdachte
Een 17-jarige jongen uit Heerhugowaard werd aangehouden voor het verspreiden van opruiende teksten via de social media en het oproepen tot geweld tegen het openbare gezagHet recht en de plicht van een persoon (meestal een ouder) om een kind jonger dan 18 jaar op te voeden en te verzorgen en belangrijke beslissingen te nemen over het kind. Een of twee personen kunnen het gezag hebben.. Hij verstuurde via een chatbox teksten als ‘Burgeroorlog is gister gestart’, ‘heel de week en weekend moeten overal rellen zijn’, ‘tegenover gemeentehuis zit Vodafone. Als we die plunderen’. ‘Alkmaar blijft heel politie niet’, ‘die bommen laat ik aan jullie over’ en ‘als het aan mij ligt valt er een bom op’. Volgens de jongen was het niet zijn bedoeling dat mensen hierdoor zouden gaan rellen. Het Openbaar Ministerie eist een werkstrafOnbetaalde arbeid die de strafrechter oplegt in plaats van een gevangenisstraf. Het werk wordt meestal verricht in ziekenhuizen, bejaardencentra, kinderboerderijen, sportclubs, gemeenten en dergelijke. van 80 uur.
De kinderrechter acht bewezen dat de jongen zich schuldig heeft gemaakt aan opruiing. De teksten waren volgens de kinderrechter niet mis te verstaan. Opruiing is strafbaar omdat het mensen aanzet tot het plegen van strafbare feiten. Het ontwricht de maatschappij en dat mogen we niet tolereren, aldus de kinderrechter. Voor het bepalen van de straf houdt de kinderrechter rekening met eerder gepleegde stafbare feiten, de ernst van dit feit en de persoonlijke problematiek van de jongen. Hij legt daarom een werkstraf op van 60 uur, wat praktisch gezien, met aftrek van het voorarrestHet totaal aantal dagen dat iemand doorbrengt in politiecel of Huis van Bewaring voorafgaand aan de zitting en uitspraak. De dagen die iemand in voorarrest heeft doorgebracht worden van de straf afgetrokken., neerkomt op 54 uur.
Derde verdachte
Een jongen van 15 jaar zou op 25 januari tijdens de demonstraties in de omgeving van de AH in Zaandam onder andere vuurwerk hebben gegooid naar de politie. Bij zijn aanhouding was de jongen inderdaad in het bezit van vuurwerk. Maar de politie heeft niet kunnen vaststellen dat hij ook daadwerkelijk vuurwerk heeft afgestoken en gegooid. De officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. heeft daarom vrijspraak geëist.
De kinderrechter stelt vast dat de jongen inderdaad bij de rellen aanwezig was en vuurwerk bij zich had. De kinderrechter vindt echter dat er onvoldoende bewijsEen document of stuk dat een standpunt ondersteunt. is om hem te kunnen veroordelen voor openlijke geweldpleging door het gooien van vuurwerk naar de politie. De situatie was gespannen en de politie heeft niet kunnen vaststellen wie wat deed tijdens de demonstraties en rellen. Het is daardoor ook niet duidelijk geworden wat de rol van de jongen was. Voor een veroordeling is meer nodig dan alleen de aanwezigheid van de jongen ter plaatse. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. komt daarom net als de officier van justitie tot vrijspraakBeslissing van de rechter als hij het tenlastegelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen acht.. Overigens, het vuurwerk dat de jongen in zijn bezit had, krijgt hij niet terug. Dit had hij niet in zijn bezit mogen hebben.
Vierde verdachte
Een 17-jarige jongen uit Stede Broec zou opruiende teksten via een WhatsApp-groep hebben verspreid en hebben opgeroepen tot geweld tegen het openbare gezag, in het bijzonder een bepaalde wijkagent. De berichten waren verspreid via zijn telefoon, maar de jongen ontkent de berichten zelf verstuurd te hebben. De officier van justitieVerzamelnaam voor functies die zich binnen de overheid bezighouden met de handhaving van het recht. vordert daarom vrijspraak.
De kinderrechter stelt vast dat de berichten wel vanaf het toestel van de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. zijn verstuurd, maar dat het niet zeker is dat hij de berichten zelf heeft verstuurd. De jongen is consistent in zijn verklaring over wat er gebeurd is. Ook de kinderrechter vindt daarom dat de jongen vrijgesproken moet worden.