Vijf jaar cel en tbs voor gewelddadige verkrachting en aanranding in Hoorn

Verkrachting en aanranding
De verkrachting vond plaats in de nacht van 1 juni 2019. De man trok haar van de fiets, gebruikte zeer fors geweld en hij dreigde de keel van het slachtoffer door te snijden. De man kwam in beeld doordat zijn DNA in de databank was opgenomen en dit matchte met de sporen op het slachtoffer. Hij heeft zijn betrokkenheid steeds ontkend. Maar de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. acht het bewezen dat hij de dader is omdat de DNA-matchkans met zijn DNA zeer hoog is.
De aanranding van een 56-jarige vrouw waarvoor de man is veroordeeld, vond anderhalve maand voor de verkrachting plaats. Ook deze vrouw heeft hij ’s nachts van haar fiets getrokken, waarna zij zeer gewelddadig door hem is betast. Omdat er overeenkomsten waren tussen de beide misdrijven, is het DNA van de 31-jarige man vergeleken met de sporen van de aanranding. Dat leverde een match op die de rechtbank ook in deze zaak sterk genoeg vindt voor een bewezenverklaring.
Van een andere aanranding, die heeft plaatsgevonden op 3 maart 2019, heeft de rechtbank de man vrijgesproken. Ook in deze zaak was er alleen DNA-bewijs, maar de berekende matchkans met het DNA van de 31-jarige man was kleiner dan in de andere twee zaken. Die matchkans was bovendien niet voldoende zeker, omdat er geen aanvullende berekeningen waren gemaakt die door een deskundige wel waren aangeraden. Deze aanranding is daarom niet wettig en overtuigend bewezen.
Oordeel rechtbank
De 31-jarige man heeft met de verkrachting en aanranding een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van zijn slachtoffers. Dit heeft voor hen enorme gevolgen gehad. Zijn misdrijven hebben ook bij anderen in de samenleving grote schrik en gevoelens van onveiligheid teweeg gebracht. De rechtbank rekent dit hem zeer zwaar aan.
Tbs met dwangverpleging
Het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. had 7 jaar gevangenisstraf geëist, zonder tbs. Dit omdat er te weinig aanknopingspunten waren omdat de man niet mee heeft gewerkt aan onderzoek naar zijn geestesvermogens. De rechtbank komt tot een ander oordeel en legt wel tbs met dwangverpleging op. De rechtbank stelt vast dat hij lijdt aan een antisociale persoonlijkheidsstoornis.
Daarbij is acht geslagen op een psychologisch rapport uit 2009 waarin deze diagnose is gesteld. Hij is hiervoor nooit behandeld. Sindsdien is hij meerdere malen veroordeeld voor ernstige delicten, waaronder een verkrachting in 2014. In combinatie met de veroordeling in de huidige zaak, duidt dit erop dat de stoornis nog altijd bestaat. De rechtbank vindt het vanuit veiligheidsoogpunt onverantwoord hem onbehandeld terug te laten keren in de maatschappij.
Restant uitzitten en schadevergoeding
De man moet ook nog een restant van zijn oude straf uitzitten omdat hij nog in de proeftijdDe rechter kan iemand tot een voorwaardelijke straf veroordelen. De straf wordt dan niet uitgevoerd, mits de verdachte zich gedurende een bepaalde periode, de proeftijd, aan een aantal afspraken houdt en niet opnieuw in de fout gaat. Deze voorwaarden zijn door de rechter in zijn vonnis opgelegd. liep van een voorwaardelijke invrijheidstellingAls iemand is veroordeeld tot een gevangenisstraf die geheel onvoorwaardelijk is en langer duurt dan 1 jaar, hoeft de veroordeelde die straf doorgaans niet helemaal uit te zitten. Door de officier van justitie worden voorwaarden voor invrijheidstelling opgelegd, zoals het volgen van een vaardigheidstraining, elektronisch toezicht of een contactverbod. De veroordeelde mag in ieder geval niet opnieuw de fout ingaan.. Dit gaat om 270 dagen.
Bovendien heeft de rechtbank bepaald dat de man aan het ene slachtoffer een schadevergoeding van ruim 38.000 euro moet betalen en aan het andere slachtoffer ruim 4.000 euro.