Vijf verdachten veroordeeld voor aanslagen op Poolse supermarkten

De aanslagen
Er is sprake van een reeks aanslagen op Poolse supermarkten, die steeds in de nachtelijke uren werden uitgevoerd. De eerste aanslagen waren op 8 december 2020 in Aalsmeer en Heeswijk-Dinther. Op 9 december 2020 was er een ontploffing in Beverwijk. Bij de Poolse supermarkt in Beverwijk was op 12 december 2020 opnieuw een explosie. De laatste aanslag was op 4 januari 2021 in Tilburg.
De ontploffingen veroorzaakten bij alle supermarkten een enorme ravage. Er was heel veel schade aan de inventaris, winkelvoorraad en panden van de supermarkten, waardoor deze vrijwel volledig zijn verwoest. Bij de explosies in Aalsmeer en Heeswijk-Dinther was ook sprake van levensgevaar voor de mensen die boven de supermarkten woonden.
Wat de aanleiding is geweest voor de explosies bij de Poolse supermarkten is niet duidelijk geworden.
Oordeel rechtbank
De aanslagen getuigen volgens de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. van een extreme brutaliteit. De explosies zijn uiterst bedreigend geweest voor de eigenaren van de supermarkt en hebben in de samenleving geleid tot onrust en gevoelens van onveiligheid. De verdachten hebben bijgedragen aan een zeer intimiderende vorm van grof geweld en dit actief uitgevoerd dan wel ondersteund.
Straffen
De 28-jarige S. is betrokken geweest bij de aanslag in Heeswijk-Dinther en de beide aanslagen in Beverwijk. S. heeft de aanslagen niet zelf uitgevoerd, maar een rol in de organisatie daarvan gehad. Hij heeft chauffeurs benaderd en sturende informatie gegeven, de uitvoerders bij zijn woning laten instappen bij de chauffeurs en daar materialen ingeladen die bij de ontploffingen werden gebruikt. Ook heeft hij de chauffeurs en uitvoerders voor hun aandeel in de aanslagen betaald. S. is veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaar.
De 28-jarige N. is veroordeeld voor medeplichtigheid aan de aanslag in Heeswijk-Dinther en een van de aanslagen in Beverwijk. Hij trad beide keren op als chauffeur en vervoerde de uitvoerders van die aanslagen. De rechtbank heeft aan N. een gevangenisstraf opgelegd van 48 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijdDe rechter kan iemand tot een voorwaardelijke straf veroordelen. De straf wordt dan niet uitgevoerd, mits de verdachte zich gedurende een bepaalde periode, de proeftijd, aan een aantal afspraken houdt en niet opnieuw in de fout gaat. Deze voorwaarden zijn door de rechter in zijn vonnis opgelegd. van twee jaar.
De 21-jarige A. heeft in opdracht van anderen de aanslagen in Aalsmeer en Tilburg en een van de aanslagen in Beverwijk uitgevoerd door explosieven tot ontploffing te brengen. Wie de opdracht gaven is onbekend gebleven. De rechtbank heeft in de zaak van A. op advies van een psycholoog en de reclasseringInstelling die het herintreden in de maatschappij van veroordeelden wil bevorderen. Geeft ook voorlichting aan de rechter over de persoon van de verdachte. het jeugdstrafrechtStrafrecht voor jongeren tussen de 12 en 18 jaar. Kinderen jonger dan 12 jaar kunnen niet strafrechtelijk worden vervolgd. Bij het jeugdstrafrecht vinden zittingen achter gesloten deuren plaats. De leeftijdsgrenzen kunnen variëren. 16- en 17-jarigen kunnen volgens de regels van het volwassenenstrafrecht worden berecht als de ernst van het delict, hun persoonlijkheid of de omstandigheden waaronder het feit is begaan daar aanleiding voor geeft. Jongeren van 18 tot 23 jaar kunnen op grond van hun persoonlijkheid volgens de regels van het jeugdstrafrecht berecht worden. De rechter bepaalt welk recht van toepassing is. toegepast. Hij functioneert namelijk op een matig beperkt intelligentieniveau, handelt zonder na te denken en gedraagt zich in het contact met anderen jonger dan zijn leeftijd. Ook de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. had dit advies overgenomen. A. is veroordeeld tot een jeugddetentie van 22 maanden, waarvan 11 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Ook moet hij een taakstraf van 120 uur uitvoeren.
De rechtbank vindt bewezen dat de 21-jarige D. betrokken is geweest bij de aanslag in Aalsmeer. Hij heeft de explosieven die bij die aanslag zijn gebruikt en een telefoon die van belang was bij de communicatie opgehaald en naar A. gebracht. Vervolgens heeft hij A. naar Aalsmeer gebracht, die de explosieven daar tot ontploffing heeft gebracht, en weer naar huis gebracht. D. is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De 23-jarige O. is vrijgesproken van strafrechtelijke betrokkenheid bij de aanslag in Beverwijk op 12 december 2020. Hij heeft die dag de uitvoerder van die aanslag, A., in zijn taxi naar Beverwijk gereden. Het is niet bewezen dat hij ook wist wat A. daar zou gaan doen. O. is wel veroordeeld voor medeplichtigheid aan de aanslag in Tilburg op 4 januari 2021. O. heeft A. toen ook in zijn taxi naar Tilburg vervoerd en na de explosie weer naar huis gebracht. De rechtbank vindt bewezen dat hij toen wel vooraf wist wat er zou gaan gebeuren. Aan O. is een gevangenisstraf opgelegd van 24 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Schadevergoeding
De vijf mannen moeten schadevergoedingen betalen voor de schade die is veroorzaakt door de aanslagen waarbij zij betrokken zijn geweest. Het gaat om schade van supermarkteigenaren, eigenaren van naastgelegen panden en mensen die boven de supermarkt woonden. Het totaalbedrag van de toegewezen schadevergoedingen is ruim 166.000 euro. De supermarkteigenaren krijgen ieder 2000 euro aan immateriële schadeSchade die veroorzaakt is door verdriet, smart of geestelijk gemis. Deze schade is (in tegenstelling tot materiële schade) niet direct in geld uit te drukken. De vergoeding die wordt uitgekeerd om immateriële schade te vergoeden heet smartengeld. (smartengeld) en de drie bewoners van woningen boven de supermarkt in Aalsmeer ieder 3000 euro.