Voorwaardelijke celstraf en taakstraf na verduistering 164.000 euro als woonbegeleider COA

Voorschotten
De verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. was bij het COA in Den Helder als woonbegeleider in dienst en had financiële problemen. Ze kon in die functie beschikken over geldbedragen die als voorschotten werden uitgekeerd als zogenoemde moneycards voor asielzoekers die niet werkten. Met deze moneycards konden asielzoekers wekelijks leefgeld opnemen. De verdachte deed net alsof deze moneycards niet werkten en dat zij daarom aan asielzoekers voorschotten moest verstrekken. Deze zogenaamd verstrekte voorschotten hield ze echter zelf. Toen het COA dit ontdekte, werd ze op staande voet ontslagen. Hoewel het volgens de verdachte ging om een geldbedrag van 100.000 euro, stelt de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. mede op basis van onderzoek van het COA vast dat het om 164.000 euro gaat.
Daarnaast leidde de verdachte een kredietverstrekker en leasemaatschappij om de tuin door op andermans naam een krediet- en een leaseovereenkomst te sluiten. Daarmee pleegde ze valsheid in geschrifte.
Oordeel rechtbank
De rechtbank oordeelt dat de verdachte op geraffineerde wijze te werk ging. Ze was kennelijk slechts uit op eigen financieel gewin. De verdachte heeft door haar handelen het vertrouwen dat in haar als werknemer werd gesteld op ernstige wijze geschonden. Bovendien heeft het COA door haar handelen financiële schade geleden. Alles afwegende vindt de rechtbank dat een onvoorwaardelijke celstraf op zijn plaats is. Maar gelet op haar persoonlijke omstandigheden en door de overschrijding van de redelijke termijn met 20 maanden, komt de rechtbank tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden en een taakstrafWerkstraf van 200 uur. Gedurende haar proeftijdDe rechter kan iemand tot een voorwaardelijke straf veroordelen. De straf wordt dan niet uitgevoerd, mits de verdachte zich gedurende een bepaalde periode, de proeftijd, aan een aantal afspraken houdt en niet opnieuw in de fout gaat. Deze voorwaarden zijn door de rechter in zijn vonnis opgelegd. van 2 jaar moet ze onder meer meewerken aan schuldhulpverlening.
Vrijspraak partner
De 36-jarige partner van de verdachte is door de rechtbank vrijgesproken van witwassen. De verdachte had een deel van het geld dat zij had verduisterd op bankrekeningen van haar partner (ongeveer 14.000 euro) en van zichzelf (ongeveer 69.000 euro) gestort. De partner van de verdachte werd verdacht van het voorhanden hebben van die 83.000 euro, terwijl ze wist of kon vermoeden dat het geld van enig misdrijfZwaar strafrechtelijk vergrijp. De strafwetgeving onderscheidt overtredingen en misdrijven. Overtredingen worden in de regel in eerste aanleg berecht door de kantonrechter, misdrijven door de afdeling strafrecht van de rechtbank. afkomstig was. De rechtbank oordeelt echter dat niet kan worden aangenomen dat de partner wist dat het geld een criminele herkomst had. Ze had geen toegang tot de rekening waar het meeste geld op was gestort, wist niet van de stortingen en regelde zelf niet de financiële zaken.