Rechtbank signaleert belastingprobleem bij nabetalingen van uitkeringen

Nabetaling wel terecht in jaar van nabetalen belast
De Rechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. stelt vast dat de nabetaling terecht in 2023 is belast, omdat de uitbetaling toen plaatsvond en de wet daarbij aansluit. Maar eigenlijk heeft het UWV te weinig loonheffing ingehouden op die nabetaling. Op dat moment was namelijk al te voorzien dat de vrouw later zou moeten bijbetalen.
Belangenafweging voor de Belastingdienst
Het wrange is dat het UWV zich formeel wel aan de regels heeft gehouden. Toch had het UWV ook voor een andere oplossing kunnen kiezen, waardoor de inhouding hoger zou zijn geweest en dit probleem niet zou zijn ontstaan. Het UWV had het als inhoudingsplichtige dus wel voor elkaar kunnen krijgen om direct het juiste bedrag aan loonheffing in te houden. Nu dat niet gebeurd is, had dat voor de inspecteur van de Belastingdienst aanleiding moeten zijn voor een belangenafweging over de vraag bij wie de te weinig geheven loonheffing zou worden opgehaald. De Belastingdienst heeft namelijk de keuze: naheffen bij het UWV of een aanslag opleggen aan Iemand die betrokken is bij een besluit of geschil en daar (rechtstreeks) belang bij heeft.. In de ogen van de rechtbank had die afweging er in dit geval toe moeten leiden dat de inspecteur bij het UWV had aangeklopt (in plaats van bij de vrouw). Voor dit concrete geval is de rechtbank van oordeel dat de inspecteur de te weinig ingehouden loonheffing bij het UWV had moeten ophalen.
Oproep aan uitvoeringsinstanties en wetgever
Het pijnpunt in deze zaak is dat op voorhand al duidelijk was dat de inhouding door het UWV achteraf bezien te laag zou zijn. De rechtbank wijst erop dat dit probleem vaker voorkomt bij nabetalingen van uitkeringen. Deze mensen krijgen eerst van de ene instantie (het UWV) te veel overgemaakt en mogen dat later bij de andere overheidsinstantie (de Belastingdienst) weer inleveren. Dat vindt de rechtbank ongewenst. Daarom roept zij de uitvoeringsinstanties en de wetgever op om dit probleem op te lossen.