Gevangenisstraf voor taxibus-chauffeur die onder invloed botsing met lijnbus veroorzaakte

Aanleiding
Op 26 september 2023 heeft op de weg N383, de Westergoawei, een frontale botsing plaatsgevonden tussen een taxibus en een lijnbus van Arriva. Hierbij zijn twee jonge kinderen die achter in de taxibus zaten en de chauffeur van de lijnbus gewond geraakt. Bij de hulpverleners is direct na het ongeluk een vermoeden ontstaan dat de bestuurster van de taxibus onder invloed was van verdovende middelen. Een bloedonderzoek heeft dit vermoeden bevestigd: de bestuurster was onder invloed van GHB. De politie heeft daarnaast op de plaats van het ongeval onderzoek verricht en daaruit is gebleken dat de taxibus op de rijstrook voor het tegengestelde verkeer is gaan rijden. De bestuurster van de taxibus is toen als verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. aangemerkt.
De overwegingen van de rechtbank
Verdachte was ten tijde van het verkeersongeval taxichauffeur en zij was verantwoordelijk voor het veilige vervoer van jonge kinderen. Op haar rustte gelet op haar verantwoordelijkheden als beroepschauffeur een verzwaarde zorgplicht om extra oplettend en voorzichtig te zijn in het verkeer. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. stelt vast dat verdachte onder invloed van GHB en zonder enige noodzaak daartoe op de weghelft bestemd voor het tegengestelde verkeer is gaan rijden. De rechtbank oordeelt dat verdachte hiermee zeer onzorgvuldig, onoplettend en onachtzaam heeft gehandeld. Zij is ten opzichte van iemand in een vergelijkbare functie en hoedanigheid tekortgeschoten in het naleven van de van haar verwachte zorgvuldigheid. De rechtbank acht bewezen dat zij een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft veroorzaakt.
De opgelegde straf
De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijdDe rechter kan iemand tot een voorwaardelijke straf veroordelen. De straf wordt dan niet uitgevoerd, mits de verdachte zich gedurende een bepaalde periode, de proeftijd, aan een aantal afspraken houdt en niet opnieuw in de fout gaat. Deze voorwaarden zijn door de rechter in zijn vonnis opgelegd. van 3 jaren. Aan het voorwaardelijke strafdeel worden bijzondere voorwaarden verbonden, zoals behandeling van haar verslaving en psychische problematiek en een drugsverbod. Daarnaast wordt aan verdachte een rijontzegging voor de duur van 3 jaren opgelegd. De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de straf de landelijk gehanteerde oriƫntatiepunten voor soortgelijke zaken als uitgangspunt genomen. Daarbij heeft de rechtbank ook meegewogen dat verdachte te lang op de behandeling van haar strafzaak heeft moeten wachten.
De rechtbank beseft dat de opgelegde straf niet de schadelijke gevolgen van dit verkeersongeval zal wegnemen en dat de slachtoffers, zoals is gebleken uit de spreekrechtverklaringen, nog steeds dagelijks last ondervinden van deze gevolgen.