Assen|

Meldkamer Ambulancezorg Noord-Nederland hoeft bandopname rondom dood Ruben uit Assen niet te verstrekken

De raadkamer van de rechtbank Noord-Nederland verklaart het klaagschrift van de Meldkamer Ambulancezorg Noord-Nederland in de zaak rondom de dood van de 34-jarige Ruben uit Assen gegrond. De gevorderde bandopname van de 112-melding hoeft niet te worden verstrekt.

Meldkamer kan het beste inschatten of het slachtoffer toestemming zou hebben gegeven

De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. stelt vast dat aan (de medewerkers van) Meldkamer Ambulancezorg Noord-Nederland een geheimhoudingsplicht met daaraan gekoppeld een verschoningsrechtHet recht dat een getuige op grond van zijn familierelatie met de verdachte of op grond van zijn beroep heeft om vragen van de rechter onbeantwoord te laten. Een getuige mag zich ook verschonen van het geven van een antwoord als hij zichzelf daardoor zou belasten. toekomt. De inschatting dat niet verondersteld kan worden dat Ruben, als hij nog in leven zou zijn, toestemming zou hebben gegeven voor het verstrekken van de 112-melding is in de eerste plaats voorbehouden aan de Meldkamer Ambulancezorg Noord-Nederland en kan slechts marginaal door de rechtbank worden getoetst. Deze inschatting komt de rechtbank niet kennelijk onredelijk voor, waardoor het verschoningsrecht niet kan worden doorbroken enkel vanwege het feit dat zowel verdachte als de nabestaanden van het slachtoffer toestemming hebben gegeven voor openbaarmaking van het 112-melding.

 

Geen sprake van zeer uitzonderlijke omstandigheden

De gevorderde bandopname heeft betrekking op de 112-melding op de dag dat het levenloze lichaam van Ruben is aangetroffen. Bij deze melding waren meerdere personen aanwezig die tegenover de politie verklaringen hebben afgelegd over de inhoud van die melding en zij kunnen hier ook nader over worden bevraagd. De rechtbank ziet, gelet op de informatie die al beschikbaar is, geen aanknopingspunten dat de bandopname van de 112-melding andere, nieuwe of aanvullende informatie bevat die zodanig cruciaal is dat sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden die maken dat het verschoningsrecht moet worden doorbroken. Ook van andere zeer uitzonderlijke, zwaarwegende omstandigheden die zouden maken dat het verschoningsrecht zou moeten worden doorbroken is niet gebleken. De rechtbank heeft het beklagDe mogelijkheid voor rechtstreeks belanghebbenden om te klagen als door het Openbaar Ministerie is besloten om een strafbaar feit niet (verder) te vervolgen. De beslissing om al dan niet alsnog te vervolgen wordt ter beoordeling aan het gerechtshof voorgelegd. daarom gegrond verklaard.