Leeuwarden|

Negen jaar gevangenisstraf voor doodslag en mishandeling Oosterwolde

De rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, heeft op 18 februari 2021 uitspraak gedaan in de strafzaak over de steekpartij en de mishandeling die op 4 april 2020 te Oosterwolde plaatsvonden. De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 jaar, met aftrek van het voorarrest, ter zake doodslag en mishandeling.

Fysieke confrontatie

Op 4 april 2020 bracht verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. zijn kinderen thuis bij hun moeder alwaar de vriend van de moeder ook aanwezig was. Verdachte en de vriend van de moeder liepen op elkaar af en er volgt een fysieke confrontatie. Verdachte heeft tijdens de confrontatie met deze man een mes gepakt en hem meermalen gestoken. Eén van de steekwonden is de man fataal geworden.
Na deze confrontatie heeft verdachte ook nog de moeder van zijn kinderen meerdere malen geslagen.

Schadevergoedingen

Naast de gevangenisstraf heeft de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. bepaald dat verdachte de gevorderde affectieschade aan de nabestaanden, te weten de kinderen van het overleden slachtoffer, moet betalen. Ook dient verdachte de gevorderde schadevergoeding met betrekking tot de uitvaartkosten van het slachtoffer aan de zus van het slachtoffer betalen.
Tenslotte dient verdachte een bedrag van € 300,- aan immateriële schadeSchade die veroorzaakt is door verdriet, smart of geestelijk gemis. Deze schade is (in tegenstelling tot materiële schade) niet direct in geld uit te drukken. De vergoeding die wordt uitgekeerd om immateriële schade te vergoeden heet smartengeld. aan het slachtoffer van de mishandeling te betalen.

Beroep op noodweerexces slaagt niet

Door de raadsmanAdvocaat. is bepleit dat verdachte heeft gehandeld uit zelfverdediging, omdat het slachtoffer hem aanviel. De rechtbank heeft geoordeeld dat er geen sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding, omdat verdachte zelf ook uit was op een confrontatie met het slachtoffer. De gedragingen van verdachte na aanvang van de confrontatie, namelijk dat hij zich losmaakt van het slachtoffer, naar een mes grijpt en het slachtoffer daarmee meerdere malen steekt, kunnen in het verlengde daarvan niet worden aangemerkt als gerechtvaardigde verdedigingshandelingen. De rechtbank heeft geoordeeld dat er geen sprake was van een noodweersituatie. Omdat er geen sprake was van een noodweersituatie kan er ook geen geslaagd beroep op noodweerexcesAls iemand de grens overschrijdt van de noodzakelijke verdediging (noodweer), bijvoorbeeld omdat hij in paniek raakt, kan sprake zijn van noodweerexces. De dader is dan niet strafbaar. volgen. Het beroep van de verdediging om verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging is daarom verworpen.