Op de rol: ‘Dat moet u goed in uw oren knopen’
Verslag van een rechtszitting

Cees heeft zich grondig voorbereid op de zitting. Hij betreedt de Huberzaal in het Leeuwardense gerechtsgebouw met een tas vol paperassen, die hij voor en naast zich uitstalt. Cees is klaar voor de strijd. En hij weet 1 ding zeker: 'U kunt mij echt niet veroordelen!'
Buren
Cees heeft al jaren de pik op de oud-burgemeester van de Friese gemeente Ferwerderadiel, die in 2019 werd opgenomen in de fusiegemeente Noardeast-Fryslân. Hij sprak in bij raadsvergaderingen en hij trof de voormalige burgemeester laatst nog in de rechtszaal. Daar ging het niet over de aantasting van de ‘constitutionele monarchie’, zoals Cees dat noemt, maar over de tuin en het erf van de ex-burgemeester. Cees en de oud-burgemeester van Ferwerderadiel zijn namelijk buren.
Tuin
Het botert al heel lang niet tussen de 2 buren, maar eind vorig jaar ging het echt mis. Als we het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. mogen geloven, brak Cees eind vorig jaar een deel van de schutting tussen beide erven af en vernielde hij bomen en planten in buurmans tuin. Er zitten (politie)foto's in het dossier. De vernielingen leverden de buurman een schadepost op van meer dan 8.000 euro. Bovendien liep Cees in de tuin van de buurman, terwijl hem was verteld dat hij daar niet mocht komen. 'Klopt niet', zegt Cees tegen politierechter Merel Joha. 'De tuin van de buurman is mijn erf. Het erf is mijn eigendom. Dat moet u goed in uw oren knopen.' De toon is gezet.
Schade
Cees’ uitbarsting komt niet uit de lucht vallen. Eerder dit jaar bepleitte hij zijn zaak tijdens een kort gedingProcedure om in een spoedeisende civiele zaak snel een beslissing van de rechtbank te krijgen. Dit is een voorlopige uitspraak. Hierna kunnen de partijen alsnog naar de rechtbank gaan om de zaak voor te leggen (de 'bodemprocedure'). in Leeuwarden. De rechter vond het toen aannemelijk dat de betwiste grond niet van Cees maar van de buurman is. Hij verbood Cees om daar nog langer rond te lopen en veroordeelde hem ook tot het vergoeden van de aangebrachte schade. PolitierechterAlleensprekende rechter van de rechtbank in strafzaken die niet zo ingewikkeld zijn en waarin niet meer dan één jaar gevangenisstraf wordt geëist. Joha slaat wat piketpaaltjes: ‘Over de erfgrens wil ik het vandaag niet met u hebben. Dat is een kwestie voor de civiele rechter en ik weet hoe u erover denkt. Vandaag wil ik het met u hebben over het verwijt dat u tussen 12 en 19 november 2021 de schutting en de boompjes en planten van uw buurman hebt vernield.’
Iep
Daar denkt Cees anders over. Hij pakt een ordner van de vloer. 'Ik verwijs u naar de verhoren bij de politie. Daar staat alles precies in.' De politierechter: 'Laten we het nu eerst niet hebben over die verhoren, ik vraag u hier en nu: hebt u een deel van de schutting weggehaald?' Ja, dat heeft Cees. 'En hebt u in de tuin bomen vernield?' 'Ik zou toch graag het proces-verhaal met u willen doornemen', herhaalt Cees. 'Voordat we de stukken doornemen, wil ik graag van u horen wat er is gebeurd. Heeft u de boompjes stukgemaakt?' Cees: 'Ik heb mijn eigen boom gesnoeid. Dat weet ik 100 procent zeker. Die iep snoei ik al sinds 1971. Daar heeft nog nooit een buurman commentaar op gehad.' De rechter: 'Hebt u bij die schutting een bordje geplaatst met daarop verboden toegang?' Ja, dat heeft Cees gedaan; het is immers zijn erf.
Stil
Cees grabbelt weer op de vloer en pakt de kadastertekeningen om uit te leggen hoe het zit met het erf en de tuin. Politierechter Joha: 'Ik begrijp dat het u hoog zit, maar we gaan het niet hebben over kadasterstukken of de erfgrens. We hebben het ook niet over de grieven die hebt over uw buurman. U bent nu bij de strafrechter, niet bij de civiele rechter. Er ligt een aangifte, en ik wil weten wat er is gebeurd.' Het blijft stil. 'Waar bent u, mijnheer?' Het computerscherm beneemt de rechter het zicht. (In Leeuwarden zit de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. pal voor de rechter, die gewoontegetrouw op een podium zit.) Cees speurt onder zijn stoel naar papieren. De rechter: 'Ik weet niet wat u aan het doen bent, maar ik wil met u praten over wat u zich herinnert.' 'Ik zal voorlezen wat er in die dagen is gebeurd', reageert Cees, die een agenda heeft opgeduikeld. Daarin staat dat hij een stuk uit de schutting heeft gehaald en een bord met verboden toegang heeft neergezet. 'Er staat niets in over gerooide boompjes.' Dat heeft de buurman 'uit zijn duim gezogen'.
Overtuiging
Cees blijft zijn eigen rechtszaak voeren, totdat de politierechter er genoeg van heeft. 'Ik ga u nu stoppen. We hebben de verdenking doorgenomen. U hebt mijn vragen beantwoord.' Cees: 'Ja, maar ik zou toch wel even willen zeggen …' 'Mijnheer, als u nu niet ophoudt, laat ik u verwijderen.' Cees komt wat tot bedaren. Een goed moment om het reclasseringsrapport te bespreken. De reclasseringInstelling die het herintreden in de maatschappij van veroordeelden wil bevorderen. Geeft ook voorlichting aan de rechter over de persoon van de verdachte. meldt dat Cees 'vasthoudt aan zijn eigen overtuiging, waardoor hij het perspectief van anderen uit het oog verliest.' Hij voert ook een 'eenzame strijd tegen beleid en wetsuitvoerders'. 'Herkent u dat?', vraagt de rechter. Cees: 'Door toedoen van mijn buurman ben ik 8 keer gedagvaard; dat heeft mij 80.000 euro gekost. Ik heb zelf nog nooit iemand gedagvaard.' Hij geeft niet op. 'Ik zou toch graag wat processen-verbaal met u doornemen, want de politie zit daarin op ambtseed te liegen.'
Speld
Omdat Cees zijn gedrag toch niet verandert, ziet de reclassering geen heil in een gedragsaanwijzing. Een werkstrafOnbetaalde arbeid die de strafrechter oplegt in plaats van een gevangenisstraf. Het werk wordt meestal verricht in ziekenhuizen, bejaardencentra, kinderboerderijen, sportclubs, gemeenten en dergelijke. zou beter zijn. ‘Kunt u een werkstraf uitvoeren?’, informeert de politierechter. De gepensioneerde Cees overziet de vloer. ‘Moet u kijken wat ik overdag doe, ik kan er niet veel bij hebben.’ De officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. vindt een taakstraf niet op zijn plaats. Een geldboete zou dat wel zijn. Omdat Cees zijn eigen verdediging voert, is het woord weer aan hem. ‘Mijn buurman is geen eigenaar van het perceel, hij is eigenaar van de woning. Daar is geen speld tussen te krijgen’. Hij krijgt als verdachte ook nog het laatste woord, en dat komt erop neer dat de politie in het proces-verbaal schrijft dat zijn buurman oud-burgemeester van Ferwerderadeel is, terwijl dat Ferwerderadiel moet zijn. ‘Daar gaat het nu niet om’, reageert de politierechter. ‘Daar gaat het wél om’, vindt Cees.
Burenruzie
Cees heeft zijn zegje gedaan. De Friese schoolklas achterin de rechtszaal heeft zich niet hoeven vervelen. Politierechter Joha vindt bewezen dat Cees tussen 12 en 19 november de schutting en bomen en planten in de tuin van zijn buurman heeft vernield. 'U bent voor eigen rechter gaan spelen; zo los je een burenruzie niet op.' Cees wist na 20 november dat hij niet in de tuin van de buurman mocht komen, maar uit het dossier blijkt niet dat de buurman hem dat al eerder had verteld en heeft opgedragen zijn erf te verlaten. VrijspraakBeslissing van de rechter als hij het tenlastegelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen acht. dus voor erfvredebreuk. Voor de vernielingen krijgt Cees een boete van 750 euro. 'Helder', zegt Cees, 'maar het is míjn schutting.' Bij het verlaten van de zaal bijt hij de buurman 'klootzak' toe. Dat komt niet meer goed tussen die 2.
* Dit is niet zijn echte naam.