Rechtbank: weigering openbaarmaking informatie rond rapport WODC onvoldoende gemotiveerd

Groningen|
De meervoudige kamer bestuursrecht van de rechtbank Noord-Nederland oordeelt in drie beroepszaken van de Christelijke Gemeente van Jehovah’s Getuigen in Nederland (CGJG) dat onvoldoende deugdelijk is gemotiveerd waarom bepaalde informatie niet openbaar is gemaakt.

CGJG is op zoek naar informatie na overheidsrapport over seksueel misbruik

De CGJG heeft bij de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. geprocedeerd over de weigering om bepaalde informatie openbaar te maken. Het gaat om informatie die samenhangt met het rapport ‘Seksueel misbruik en aangiftebereidheid binnen de gemeenschap van Jehova’s getuigen’. Dat rapport is in 2019 gepubliceerd door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), na onderzoek door de Universiteit Utrecht (universiteit). Het college van bestuur van die universiteit en de minister van Justitie en Veiligheid hebben ieder afzonderlijk geweigerd om bepaalde informatie openbaar te maken. Dit op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en de Wet open overheid (Woo). De rechtbank heeft in dat kader drie beroepen beoordeeld.

De minister heeft bepaalde documenten niet per documentonderdeel beoordeeld

Het gaat om documenten die volgens de minister zijn opgesteld voor intern beraad. De rechtbank oordeelt dat niet in al die documenten persoonlijke beleidsopvattingen staan. Er staan ook feitelijke gegevens in en informatie met een objectief karakter. Onvoldoende duidelijk is waarom de minister die onderdelen niet openbaar heeft gemaakt. De minister moet hierover een nieuw besluit op bezwaarProtest van een particulier of organisatie tegen bepaald overheidshandelen. nemen. Zie de uitspraak in zaaknummer LEE 20/3662 (ECLI:NL:RBNNE:2026:1399).

De Woo is op een deel van de informatie van de universiteit niet van toepassing

Het gaat om onderzoeksgegevens die louter tot stand zijn gekomen met een wetenschappelijk oogmerk. In dit geval zijn dat ruwe onderzoeksdata, gespreksverslagen van interviews en ingevulde vragenlijsten. De onderzoekers hebben die gegevens vergaard voor het empirische onderzoek dat de Universiteit heeft verricht. Dit betekent dat de universiteit deze informatie op grond van de Woo niet openbaar hoeft te maken. 
Zie de uitspraak in zaaknummer LEE 21/3356 (ECLI:NL:RBNNE:2026:1402).

De universiteit heeft bepaalde documenten onvoldoende beoordeeld 

Het gaat om bepaalde informatie over onderzoekers van de universiteit, correspondentie tussen die onderzoekers en ambtenaren van het WODC en andere informatie afkomstig van het WODC. De rechtbank oordeelt een document wel binnen de reikwijdte van het informatieverzoek van eiseres vallen en dus door het college moeten worden beoordeeld. Verder is de door het college gegeven motivering op sommige punten te algemeen van aard en onvoldoende toegesneden op de specifieke documenten. Het college van bestuur moet hierover een nieuw besluit op bezwaar nemen.
Zie de uitspraak in zaaknummer LEE 21/3356 (ECLI:NL:RBNNE:2026:1402).

Ongeloofwaardig is dat bepaalde gegevens niet of niet meer bij de minister berusten

Het gaat om documenten over de periode van 26 oktober 2017 tot 5 januari 2018, bepaalde sms-berichten, bepaalde Whatsapp-berichten en bepaalde e-mailberichten. De rechtbank oordeelt dat ongeloofwaardig is dat daarover niet meer documenten zijn die mogelijk openbaar gemaakt kunnen worden. De minister moet hierover een nieuw besluit op bezwaar nemen.
Zie de uitspraak in zaaknummer LEE 22/1972 (ECLI:NL:RBNNE:2026:1403).