Thijs R. veroordeeld voor verleiding minderjarigen en verwerven kinderpornografie
Doorlopend misbruik gemaakt van overwicht
De verdachte heeft zich gedurende een periode van zo’n 2 jaar schuldig gemaakt aan het online (hands-off) verleiden van drie minderjarige fans tussen de 14 en 16 jaar tot het plegen van ontuchtige handelingen. VerdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. heeft daarbij doorlopend misbruik gemaakt van het overwicht dat hij op de slachtoffers had, die erg tegen hem op keken of zelfs verliefd op hem waren. De aanvankelijk redelijk onschuldige contacten met de slachtoffers gingen in alle gevallen al snel over in seksueel getinte berichten, waarbij verdachte onder meer met hen besprak hoe zij konden masturberen (“vingertips”). In het verlengde daarvan verlangde verdachte van de slachtoffers dat zij foto’s en/of filmpjes van zichzelf maakten waarop zij op seksuele wijze poseerden of seksuele handelingen bij zichzelf verrichtten. Alle 3 de slachtoffers hebben beschreven dat zij hier geen 'nee' tegen konden of durfden te zeggen omdat zij bang waren het contact met hun idool te verliezen. Verdachte heeft zich daarmee niet alleen schuldig gemaakt aan verleiding, maar ook aan het verwerven van kinderpornografie.
Aannemelijk is dat verdachte ook zogenaamde ‘dickpics’ aan de meisjes heeft toegestuurd. Juridisch is echter geen sprake van dwang, omdat niet blijkt dat onaangekondigd of onverhoeds is gebeurd. Van dit verwijt wordt verdachte daarom vrijgesproken.
Strafoplegging
Verdachte heeft tijdens de zitting verwezen naar de gevolgen van de #metoo-beweging voor de filmindustrie en naar de vrije seksuele moraal die in zijn beroepsgroep zou gelden. De strafwaardigheid van zijn handelen heeft echter niets te maken met verschuivende maatschappelijke normen of een ineens preutser geworden samenleving. Het is van groot belang dat minderjarigen worden beschermd tegen seksueel wangedrag, ook als dat online plaatsvindt. Een feit als dit dient daarom in beginsel bestraft te worden met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meerdere maanden, zeker als het gaat om meerdere slachtoffers over een langere periode, zoals in dit geval.
De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. houdt er bij de bestraffing echter ook rekening mee dat de feiten inmiddels 6 jaar tot 8 jaar geleden gepleegd zijn, hoe begrijpelijk het op zich ook is dat slachtoffers soms pas jaren later de kracht en de noodzaak voelen om zich te melden. Daarnaast weegt zwaar mee dat, onder meer door alle media-aandacht, de impact van de strafzaak voor verdachte en zijn gezin zeer groot is geweest. Om die reden zal de rechtbank een deel van de straf in de vorm van de maximaal mogelijke werkstraf (240 uur) opleggen.
Maar alleen een werkstrafOnbetaalde arbeid die de strafrechter oplegt in plaats van een gevangenisstraf. Het werk wordt meestal verricht in ziekenhuizen, bejaardencentra, kinderboerderijen, sportclubs, gemeenten en dergelijke. opleggen, of een werkstraf in combinatie met 1 dag gevangenisstraf, doet aan de gevolgen voor de slachtoffers en het rechtsgevoel in de samenleving geen recht. Daarom legt de rechtbank ook 1 maand onvoorwaardelijke gevangenisstraf op. De rest van de straf wordt voorwaardelijk opgelegd. Dat maakt het mogelijk om bijzondere voorwaarden aan verdachte op te leggen. Dat is nodig omdat de rechtbank de kans op herhaling niet kan uitsluiten, gelet op de aard van de feiten en de houding van verdachte, die zorgen baart.