Leeuwarden|

Uitspraak voorzieningenrechter in procedure over veehouderij bij Lauwersmeer

Afgelopen donderdag 11 maart 2021 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een procedure die onder meer was aangespannen door de MOB en de Vereniging Leefomgeving.

Voorgeschiedenis

Met deze uitspraak komt een voorlopig einde aan een lange strijd waarbij verzoeksters de realisatie van de uitbreiding van een veehouderij nabij het natuurgebied Lauwersmeer hebben getracht tegen te houden. De voorzieningenrechter is daarbij meermalen gevraagd om een oordeel te geven over de weigering van GS van Fryslân om tot handhaving van de Wet natuurbescherming over te gaan (ECLI:NL:RBNNE:2020:2043, ECLI:NL:RBNNE:2020: 2391 en ECLI:NL:RBNNE:2020:4025).

Overwegingen voorzieningenrechter

In de onderhavige uitspraak heeft de voorzieningenrechter een oordeel gegeven over de door GS van Fryslân afgegeven vergunning op grond van de Wet natuurbeheer en geoordeeld dat onvoldoende zekerheid bestaat over het oordeel van verweerderIn civiel of bestuursrecht: de tegenpartij van de verzoeker of eiser. dat de uitbreiding van de veehouderij niet zal leiden tot een toename van de emissie van stikstof door het bedrijf en daarmee ook onvoldoende zeker is dat deze emissie niet zal leiden tot een toename van de depositie van stikstof op de betrokken Natura 2000-gebieden. De belangrijkste overweging van de voorzieningenrechter is dat verzoeksters voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat het onzeker is of het stalsysteem dat voor de uitbreiding van de veehouderij wordt gebruikt tot de reductie zal leiden die door verweerder op grond van de Regeling ammoniak veehouderij, een ministeriële regeling, is aangenomen. Verweerder heeft die onzekerheid in deze procedure niet weg kunnen nemen. De voorzieningenrechter heeft mede daarom direct uitspraak gedaan in het bodemgeschil en de vergunning vernietigd. Voor het toewijzen van het verzoek om een voorlopige voorzieningEen voorlopige beslissing in spoedeisende zaken die gezien kan worden als tijdelijke regeling tot de eindbeslissing er is. bestond daarom geen grond meer.