Assen|

Veroordeling voor poging tot doodslag bij uit de hand gelopen familieruzie

De rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, heeft een verdachte veroordeeld tot 5 jaar gevangenisstraf voor poging tot doodslag, mishandeling, verboden wapenbezit en bedreiging met de dood. De man schoot bij een uit de hand gelopen familieruzie zijn schoonzoon neer en mishandelde zijn dochter. 

Slechte familierelatie

Er was sprake van een langlopend familieconflict. Op 30 september 2023 is verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. met zijn beide zoons naar het metaalbedrijf van zijn schoonzoon in Coevorden gegaan om verhaal te halen. Verdachte heeft daarbij een (geladen) vuurwapen met zich meegenomen uit angst dat zijn schoonzoon een vuurwapen bij zich droeg en hem of zijn zoons zou neerschieten. Op het terrein van het metaalbedrijf is de situatie zodanig geëscaleerd dat verdachte zijn vuurwapen heeft getrokken en op zijn schoonzoon heeft geschoten. Een van de kogels heeft zijn schoonzoon in zijn buik geraakt, met levensbedreigend letsel tot gevolg.  

Strafmotivering

Een langlopend familieconflict is op vreselijke wijze geëscaleerd. Een opeenstapeling van gevoelens van woede, wanhoop, frustratie en de drang om ‘verhaal te halen’ en zijn schoonzoon ‘tot rede te brengen’ hebben er uiteindelijk toe geleid dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot doodslagHet iemand van het leven beroven zonder dat sprake is van een van tevoren beraamd plan. Wel moet er opzet in het spel zijn, want anders is het hoogstens dood door schuld. De maximumstraf voor doodslag is vijftien jaar gevangenisstraf. Zie ook: Moord. op en een bedreiging van zijn schoonzoon en een mishandeling van zijn dochter. Met zijn handelen heeft verdachte de lichamelijke integriteit van zijn dochter en schoonzoon op grove wijze geschonden. Zijn schoonzoon is door een kogel geraakt in zijn onderbuik, met levensbedreigend letsel tot gevolg. Een spoedoperatie was nodig om dit letsel te herstellen.

Tijdens het incident waren de beide zoons van verdachte, de kinderen van zijn schoonzoon en dochter (en kleinkinderen van verdachte) en een werknemer van het bedrijf van zijn schoonzoon aanwezig. Ook voor hen is het handelen van verdachte zeer gevaarlijk geweest en het moet voor hen een onwerkelijke en angstige situatie zijn geweest om hun vader en opa zo agressief te zien. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. neemt verdachte dit bijzonder kwalijk.



De rechtbank stelt voorop dat zij de indruk heeft gekregen dat verdachte oprecht spijt heeft van zijn handelen. De vraag van de rechtbank hoe de situatie zo heeft kunnen escaleren, heeft verdachte ter terechtzitting niet goed kunnen beantwoorden. De rechtbank heeft daarbij de indruk gekregen dat verdachte zelf ook met deze vraag worstelt en dat dit ook voor hem nog niet te bevatten is. Tegen de achtergrond van het familieconflict, lijkt het handelen van verdachte dan ook voornamelijk situationeel bepaald te zijn.



Strafoplegging

Gelet op de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met het opleggen van een andere straf dan een langdurige gevangenisstraf.  De rechtbank zal een lagere straf opleggen dan door de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. is geëist. De rechtbank heeft daarbij gelet op straffen die in min of meer vergelijkbare zaken zijn opgelegd. Alles afwegende, acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden.