Voorzieningenrechter wijst toegangsverbod voor huisarts tot praktijkpand af
Onrust

De uitlatingen van de echtgenoot van de huisarts zorgden voor de nodige onrust onder het personeel van de huisartsenpraktijk. Naar aanleiding van die onrust concludeerde de huisarts dat er een onveilige situatie in de praktijk was ontstaan. Daarop heeft zij een brief aan het personeel gestuurd waarin zij opriep niet langer op het werk te praten over politiek sociaal maatschappelijke zaken en erop heeft aangedrongen de persoonlijke verhoudingen weer te normaliseren.
Beëindiging samenwerking
Naar aanleiding van de onrust en de brief heeft de praktijkgenoot van de huisarts aangestuurd op beëindiging van hun samenwerking. De praktijkgenoot stelt dat de huisarts zich niet heeft gedistantieerd van de uitlatingen van haar echtgenoot en onder meer actief zou meedoen aan de gesprekken van haar echtgenoot met gelijkgestemden. Volgens de praktijkgenoot is hierdoor de zaak geëscaleerd. Volgens hem is er sprake van een onherstelbare vertrouwensbreuk.
Onwerkbare situatie onvoldoende aannemelijk
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat niet gebleken is dat de huisarts zich niet aan de geldende medische standaarden houdt. De ontstane onrust kan geen grond opleveren om haar de toegang tot de praktijk te ontzeggen. Dat het handelen van de huisarts heeft geleid tot een onwerkbare situatie is onvoldoende aannemelijk geworden.