Vakantieparken mogen op 1 oktober worden geveild

's-Hertogenbosch|
Een investeerder uit Helmond mag drie vakantieparken van een vastgoedondernemer verkopen via een openbare veiling. Dat besliste de kortgedingrechter van de rechtbank Oost-Brabant vandaag. De eigenaar van de parken probeerde de executieveiling tegen te gaan met een spoedprocedure.

De ondernemer had voor de vakantieparken in Valkenswaard, Ommel en Valkenburg negentien miljoen euro geleend bij een investeerder, met een rentepercentage van twaalf procent en was daarbij zelf hoofdelijk aansprakelijk voor de betalingsverplichting. Aan het eind van de looptijd was de ondernemer niet in staat om de lening terug te betalen. De looptijd van de lening werd daarom nog drie keer verlengd, tot maart 2025. Daarbij zou de ondernemer een aanvullende rente van in totaal ruim 2,2 miljoen euro moeten betalen. Ook na afloop van de verlenging van de looptijd heeft de ondernemer de lening niet afgelost. Sinds januari 2025 is hij daarnaast gestopt met het betalen van rente aan de investeerder.

Vanwege de betalingsachterstand eist de investeerder nu zijn (hypothecaire) lening en de opgelopen rente terug. Hij heeft daarvoor de drie vakantieparken waar de lening op rust aangeboden op een openbare veiling die op 1 oktober a.s. zal plaatsvinden.

De ondernemer is het echter niet eens met de taxatiewaarde van de drie vakantieparken. De waarde is in 2012 getaxeerd op 37 miljoen euro. Nu worden de parken getaxeerd op een kleine zeventien miljoen euro. Hierdoor zou er onterecht een grote restschuld overblijven, stelt de ondernemer. Hij wil daarom dat de executieveiling met drie maanden wordt opgeschoven zodat hij een nieuwe taxatie kan laten uitvoeren.

Uitstel van de executieveiling

De kortgedingrechter moet in deze zaak dus oordelen of er voldoende grond is om de executieveiling van de vakantieparken met drie maanden te schorsen. Uitstel van de executieveiling zou betekenen dat de vordering van de investeerder verder zal oplopen met een bedrag van zo’n 70.000 euro aan rente per maand. Het is de vraag of de investeerder dat uiteindelijk zal kunnen verhalen op de ondernemer. Uitstel van de executieveiling brengt daarnaast extra kosten met zich mee. De investeerder heeft al duidelijk gemaakt dat het opstarten van een executieveiling van deze omvang inmiddels al honderdduizenden euro’s heeft gekost. Het belang van de ondernemer bij het uitstel van de executieveiling met drie maanden om de parken in die tijd opnieuw te kunnen laten taxeren, weegt daar volgens de Rechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. niet tegenop.

De ondernemer heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de vakantieparken evident te laag zijn gewaardeerd en dat de investeerder belang zou hebben bij een zo laag mogelijke taxatie van de vakantieparken. De taxaties zijn uitgevoerd door erkende en gecertificeerde taxateurs die bekend waren met de vakantieparken omdat zij deze in het verleden, in opdracht van de ondernemer, al eens hebben getaxeerd.

Vordering afgewezen

De vordering van de ondernemer om de executieveiling op 1 oktober 2026 niet te laten doorgaan, wijst de rechtbank daarom af. Verder vroeg de ondernemer om te verbieden dat de investeerder bij de executieveiling de vakantieparken voor een bedrag lager dan 27 miljoen euro kan gunnen. Zoals de investeerder terecht stelt, ontbreekt het hier aan juridische grondslag voor een dergelijk verbod. Het is de marktwerking die uiteindelijk bepaalt wat de vakantieparken op de veiling zullen opbrengen. Dat de opbrengst mogelijk niet toereikend zal zijn om de vordering van de investeerder volledig te voldoen en dat de ondernemer daarmee met een restschuld overblijft, is inherent aan deze bij wet voorgeschreven verkoop.