Laatst gewijzigd op:

Veroordelingen voor openlijk geweld tegen vrouw op fietspad in ’s-Hertogenbosch

's-Hertogenbosch|
Een 41-jarige man uit de gemeente 's-Hertogenbosch is door de politierechter van de rechtbank Oost-Brabant veroordeeld tot een celstraf van 96 dagen waarvan 60 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 120 uur. Hij maakte zich in juni van dit jaar schuldig aan een openlijke mishandeling van een vrouw. Een plaatsgenoot (43 jaar) krijgt 240 uur taakstraf waarvan 80 uur voorwaardelijk voor zijn aandeel.

De mannen zagen het slachtoffer die bewuste dag over het fietspad aan de Rietveldenweg in ’s-Hertogenbosch fietsen. Ze parkeerden de auto midden op het pad en stapten uit. De 41-jarige Iemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. sprak haar aan en trok haar van de fiets. Hij werkte het slachtoffer met geweld naar de grond en schopte haar twee keer. De medeverdachte spoot een rode vloeistof richting het slachtoffer. Toen de vrouw met haar armen omhoog wegliep, liep de 41-jarige verdachte nog dreigend achter haar aan.
 
Volgens de Een officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. staat het openlijke geweld niet op zich en moet het gezien worden in de context van ongeregeldheden rond de mogelijke komst van een asielzoekerscentrum (AZC) in de wijk Engelen. De 41-jarige verdachte bekent de strafbare feiten en heeft onder meer verklaard dat het geweld nooit had mogen gebeuren. Ook de 43-jarige man erkent zijn aandeel. De context is volgens hun advocaten anders dan de officier stelt. Ze kwamen het slachtoffer na een werkklus naar eigen zeggen toevallig tegen. Ze gingen niet op pad om het slachtoffer geweld aan te doen. Ze hadden haar willen aanspreken vanwege onder meer het bekladden van hun protestborden rond het conflict over de geplande opvang.
 

Oordeel


De Alleensprekende rechter van de rechtbank in strafzaken die niet zo ingewikkeld zijn en waarin niet meer dan één jaar gevangenisstraf wordt geëist. oordeelt dat beide mannen verantwoordelijk zijn voor de openlijke geweldpleging, mede op basis van camerabeelden van het fietspad. Bij de strafoplegging spelen diverse aspecten een rol. Zo weegt in de Uitspraak die meteen na de behandeling wordt gedaan. om te beginnen mee dat het voor de strafmaat niet relevant is wat de mogelijke overtuigingen van iemand zijn. Dus ook niet of iemand aan een bepaalde kant staat van het politieke spectrum. Niet van belang is of je nu wel of niet vóór of tégen een AZC bent, of neutraal bent. De politierechter benadrukt dat als het andersom was geweest - als voorstanders een tegenstander van een AZC van de fiets hadden getrokken, geschopt en bespoten - dat het dan even strafwaardig zou zijn.
Het gaat erom dat je in een democratische samenleving, in een rechtsstaat, er niet op los slaat of schopt wanneer je het niet eens bent met iemand anders. Ook niet als het zo is dat een slachtoffer eerder verf op een protestbord van jouw groep zou hebben gespoten. Door geweld te gebruiken zijn de verdachten echt een grens overgegaan.

Dit geweld heeft tot gevolg dat ook andere mensen bang zouden kunnen worden en daarmee eigenlijk monddood worden gemaakt. Geweld of risico op geweld maakt mensen bang om zich uit te spreken. En het plegen van geweld kan ook een reactie van geweld uitlokken. Dat maakt dit feit ernstiger en ook strafwaardiger dan openlijke geweldpleging zonder deze context.

Bij de strafoplegging houdt de politierechter rekening met de gedragingen, hun verschillende rol en aandeel, hun proceshouding en hun persoonlijke omstandigheden. De 41-jarige man is veroordeeld voor de ernstige geweldshandelingen tegen de vrouw en krijgt een gevangenisstraf van 96 dagen waarvan 60 dagen voorwaardelijk en een Werkstraf van 120 uur opgelegd. De politierechter veroordeelt de 43-jarige man voor zijn aandeel tot een taakstraf van 240 uur, waarvan 80 uur voorwaardelijk, een meldplicht bij de Instelling die het herintreden in de maatschappij van veroordeelden wil bevorderen. Geeft ook voorlichting aan de rechter over de persoon van de verdachte. en een gedragsinterventie cognitieve vaardigheden.