Provincie mocht vergunningen verlenen aan veehouders om verder te gaan met akkerbouw
De provincie verleende in januari jl. een vergunning voor het stoppen van een veehouderij en het omschakelen naar een ondersteuningsbedrijf voor akkerbouw met hobbypaarden in De Heerden. Ook een bedrijf in Gastel kreeg een vergunning voor een ondersteuningsbedrijf voor akkerbouw. Een natuurvereniging is het niet eens met deze besluiten en stapte naar de rechter.

Volgens de natuurvereniging wordt in de toelichting op de aanvraag van de vergunningen gesproken over ‘het omschakelen naar een akkerbouwbedrijf’ en over ‘akkerbouw’ in plaats van ‘ondersteuningsactiviteiten’. De vergunningen zijn verleend voor een ‘ondersteuningsbedrijf voor akkerbouwactiviteiten’. De beschrijvingen in de aanvragen en de besluiten over de activiteiten stemmen niet overeen Daardoor is voor niemand duidelijk waar de vergunning wel of niet in voorziet en dus ook niet wanneer er sprake is van een Licht strafrechtelijk vergrijp. De strafwetgeving onderscheidt overtredingen en misdrijven. Overtredingen worden in de regel berecht door de sector kanton van de rechtbank, misdrijven door de strafsector van de rechtbank.. De provincie zou bovendien onterecht de beoordeling van de gevolgen van de akkerbouwactiviteiten zelf buiten beschouwing hebben gelaten.
De provincie stelt dat bij de aanvragen een duidelijke plattegrondtekening van de projecten zat waarmee de projecten waren afgebakend. De provincie leidt hieruit af dat de aanvragen duidelijk zijn gericht op de activiteiten die op het erf van de bedrijven zelf plaatsvinden. Ook worden het aantal draaiuren van tractoren genoemd waaruit blijkt dat het gaat om werkzaamheden op het erf van de ondersteuningsbedrijven. Verder stelt de provincie dat het telen van gewassen op omliggende percelen van de bedrijven een ander project is dat geen onderdeel uitmaakt van de aangevraagde en vergunde akkerbouwondersteuningsbedrijven.
Oordeel
Op de zitting is duidelijk geworden dat de agrariërs hun aanvragen hebben beperkt tot een akkerbouwondersteuningsbedrijf (het erf, de gebouwen en de tractoren en andere machines) Akkerbouw vergt een stelselmatige wisseling van gewassen zoals aardappelen, uien, bieten, tarwe, maïs en gras. Deze wisseling betekent echter ook dat er geen continuïteit is, zowel wat betreft de teelt van gewassen als de plaats van de akkers. Bovendien is akkerbouw op één specifieke akker niet noodzakelijk voor het ondersteuningsbedrijf, omdat dit bedrijf ook gewassen op andere akkers kan telen. Er is dus geen onlosmakelijke samenhang tussen de akkers en de ondersteuningsbedrijven. De Rechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. oordeelt dan ook dat de provincie de ondersteuningsbedrijven als een apart project kon beschouwen en dat de vergunningen niet mede de teelt van gewassen op nabijgelegen akkers hoefde te omvatten. De gevolgen van de teelt van de gewassen op omliggende Natura 2000-gebieden hoefde dan ook niet te worden beoordeeld.
De rechtbank geeft de provincie wel een waarschuwing. De teelt op een specifieke akker is een apart project dat onder omstandigheden gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Deze gevolgen moeten passend worden beoordeeld in een natuurvergunning tenzij de gevolgen op voorhand zijn uit te sluiten. De provincie moet optreden tegen het telen van gewassen op akkers als de teelt zonder een daarvoor in dat geval mogelijk benodigde natuurvergunning plaatsvindt. De rechtbank kan niet overzien in hoeveel gevallen voor de teelt van een gewas op een akker een natuurvergunning nodig is of kan zijn, maar sluit niet uit dat het gaat om heel veel gevallen. Het is aan de provincie om in overleg met agrariërs, natuurorganisaties en andere betrokkenen een oplossing te vinden.