4 jaar celstraf in 'cold case’ Bossche verkrachtingszaak
Een 32-jarige vrouw werd op 2 maart 1995, toen zij om half 1 ’s nachts uit de binnenstad kwam, van haar fiets gerukt op de Paardkerkhofweg in ’s-Hertogenbosch. De verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. sloeg de vrouw hard met zijn vuist in haar gezicht waardoor ze viel. De man bedreigde en verkrachtte haar. Diezelfde nacht blijkt uit lichamelijk GGD-onderzoek dat er sprake is van een zedendelict. De verdachte beweert dat hij wel seks met het slachtoffer heeft gehad, maar dat dit vrijwillig gebeurde. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. vindt dit niet aannemelijk. Dat scenario is strijdig met het aangetoonde letsel dat het slachtoffer opliep en met het gegeven dat zij direct aangifte heeft gedaan.
Destijds kon de verkrachtingszaak niet worden opgelost. In 2016 werd via een DNA-match in de NFI-databank de verdachte uit Schijndel gekoppeld aan het misdrijfZwaar strafrechtelijk vergrijp. De strafwetgeving onderscheidt overtredingen en misdrijven. Overtredingen worden in de regel in eerste aanleg berecht door de kantonrechter, misdrijven door de afdeling strafrecht van de rechtbank. uit 1995.
Bij het bepalen van de straf weegt de rechtbank mee dat de verdachte op zeer grove en gewelddadige wijze inbreuk maakte op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. De verkrachting beïnvloedt na 20 jaar nog dagelijks haar leven. De verdachte heeft geen enkele verantwoordelijkheid voor zijn daad getoond. Ook is hij vaker voor zedendelicten veroordeeld. Dat er veel tijd is verstreken tussen het misdrijf en zijn berechting, is volgens de rechtbank geen reden tot strafverlaging.