6 jaar cel voor woningovervallen in Boxmeer en Oss
De Nijmegenaar perste in december 2015 een man in zijn woning in Boxmeer af door meerdere keren een vuurwapen te tonen. Diezelfde maand heeft hij, samen met een andere verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld., een jonge man en een bezoeker in Oss in zijn appartement onder bedreiging gedwongen geld af te geven. In de dagen erna probeerde hij de jonge man telefonisch af te persen. Ook heeft hij een persoon in Boxmeer geprobeerd af te persen door met een vuurwapen te dreigen.
De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. weegt bij het bepalen van de straf mee dat de verdachte naar de woningen ging en daar de bewoners onder druk zette door met een vuurwapen te dreigen. Hij heeft daarbij alleen gedacht aan zijn eigen financiƫle belang. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij met zijn handelen een beangstigende situatie en ogenblikken van grote onveiligheid voor de slachtoffers veroorzaakte. De eigen woning is bovendien bij uitstek de plaats waar mensen zich veilig moeten kunnen voelen. De rechtbank houdt er bij het bepalen van de straf ook rekening mee dat de man al diverse keren is veroordeeld voor gewelds- en vermogensdelicten.
De officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. eiste 4 jaar gevangenisstraf en de maatregel tbs met dwangverpleging. De rechtbank is echter van oordeel dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat de verdachte een ziekelijke stoornis of een gebrekkige ontwikkeling had toen hij de feiten pleegde. Alles afwegende vindt de rechtbank een gevangenisstraf van 6 jaar passend. De rechtbank oordeelt dat de man daarnaast een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden alsnog moet uitzitten, omdat hij deze feiten pleegde tijdens zijn proeftijd.