's-Hertogenbosch|

Agent krijgt taakstraf voor aanrijden voetganger in Eindhoven

Een politieagent heeft vorig jaar in het centrum van Eindhoven een ongeval veroorzaakt. De rechtbank Oost-Brabant acht hem schuldig aan het begaan van de verkeersovertreding en legt hem een taakstraf van 60 uur op en een voorwaardelijke rijontzegging van 4 maanden.

De agent reed in augustus 2016 in een dienstauto in het voetgangersgebied Stratumseind in Eindhoven. Hij was onderweg naar een melding in het uitgaansgebied. Volgens de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. blijkt uit camerabeelden dat de agent beheerst reed. Hij is via de calamiteitenroute tussen het uitgaanspubliek doorgereden en paste zijn snelheid aan op de situatie door stapvoets te rijden. Toen de weg werd belemmerd door een groepje personen, stopte hij voor hen en liet hen opzij stappen. Hij dacht dat het latere slachtoffer net als de andere personen opzij was gestapt, maar bleek de man over het hoofd te hebben gezien en reed over zijn been bij het wegrijden. Volgens de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. heeft de agent opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toegebracht. De rechtbank oordeelt dat er onvoldoende bewijs is voor opzet en spreekt de verdachte vrij van zware mishandeling of een poging daartoe. Wel heeft de verdachte onvoorzichtig en onoplettend gehandeld.

De rechtbank overweegt dat van de man, zeker in zijn functie, mocht worden verwacht dat hij de grootst mogelijke voorzichtigheid had betracht bij het passeren van voetgangers. De agent had anders kunnen en moeten handelen, bijvoorbeeld door langer te wachten, het slachtoffer aan te spreken of te claxonneren voordat hij doorreed.

Bij de bepaling van de straf houdt de rechtbank er rekening mee dat de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. een verkeersongeval heeft veroorzaakt waardoor het slachtoffer lichamelijk letsel opliep en enige tijd in zijn bewegingsvrijheid was beperkt. Uit de verklaring op de zitting blijkt dat het slachtoffer nog steeds de gevolgen ondervindt van het ongeval. Dat rekent de rechtbank de verdachte aan. Daarnaast slaat de rechtbank acht op de omstandigheid dat de verdachte beheerst rijgedrag heeft vertoond onder de hectische omstandigheden waarin hij zich bevond. Het weegt eveneens mee dat de verdachte al op andere wijze is getroffen, namelijk dat hij 7 maanden buiten functie is gesteld. Ook is hem voorwaardelijk ontslag aangezegd; de op een na zwaarste disciplinaire maatregelEen maatregel kan worden opgelegd na het begaan van een strafbaar feit. Er kunnen maatregelen worden opgelegd in plaats van een straf of naast een straf. Voorbeelden zijn: terbeschikkingstelling (tbs), plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis, ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, onttrekking van voorwerpen aan het verkeer. die aan een politieagent kan worden opgelegd. Daarnaast heeft hij er blijk van gegeven mee te leven met het slachtoffer. De rechtbank houdt er ook rekening mee dat de verdachte voor de uitoefening van zijn functie als politieagent in sterke mate afhankelijk is van zijn rijbevoegdheid.