Architectenbureaus stappen te laat naar rechter voor Theater aan de Parade
De gemeente ’s-Hertogenbosch is al jarenlang bezig met de (ver)nieuwbouw van het Theater aan de Parade. In 2017 stopte zij met het toen voorliggende nieuwbouwplan omdat de kosten daarvan te hoog waren. Er werd vervolgens een nieuw plan uitgewerkt. Daartoe werden afgelopen september 5 architectenbureaus uitgenodigd om een ontwerp te maken. In februari 2019 gunde de gemeente de opdracht voorlopig aan een Amsterdamse architect en in april tekenden deze partijen een definitieve overeenkomst. De overige 4 architectenbureaus stapten vervolgens in mei jl. naar de rechter.

Standpunten
Volgens de 4 verliezende architectenbureaus is de aanbestedingsprocedure voor het ontwerp van het theater onrechtmatig verlopen en is de opdracht tussentijds wezenlijk gewijzigd, zodat de gemeente alle architectenbureaus opnieuw de kans moet geven de opdracht binnen te halen. De architectenbureaus stellen dat de gemeente pas in een zeer laat stadium ontdekte dat het bestemmingsplan voor de locatie en het Programma van Eisen voor het ontwerp met elkaar in strijd waren. De gemeente zou dit toen, op gekunstelde wijze, geprobeerd hebben alsnog met elkaar in lijn te brengen. Bovendien zou de gemeente, volgens de architectenbureaus, de opdracht tussentijds hebben gewijzigd van een ‘ontwerp binnen strakke kaders’ naar ‘een architect met goede ideeën, die volgend jaar met een ontwerp komt’.
De gemeente stelt daartegenover dat de 4 architectenbureaus niet-ontvankelijkNiet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen. moeten worden verklaard, omdat zij tijdens de bezwaartermijn in het gunningstraject bezwaar hadden moeten maken of naar de rechter hadden moeten stappen. Dit gebeurde niet en dus kunnen, volgens de gemeente, de architectenbureaus zich nu niet meer met het project bemoeien.
Oordeel
De rechter concludeert dat de architectenbureaus te laat zijn met dit kort gedingProcedure om in een spoedeisende civiele zaak snel een beslissing van de rechtbank te krijgen. Dit is een voorlopige uitspraak. Hierna kunnen de partijen alsnog naar de rechtbank gaan om de zaak voor te leggen (de 'bodemprocedure').. Volgens de regels hadden ze na de voorlopige gunningsbeslissing 20 kalenderdagen de tijd om bezwaar te maken of een kort geding aan te spannen. Dit is niet gebeurd. De gemeente was daarom vrij om over te gaan tot een definitieve gunning van de opdracht. Van bijzondere omstandigheden, die dit anders maken, is geen sprake. De architectenbureaus voerden weliswaar aan dat de gestelde gebreken aan de aanbestedingsprocedure pas na het verstrijken van de bezwaartermijn bij hen bekend zijn geworden, maar dat is volgens de rechter niet zo. De architectenbureaus suggereren dat de inschrijving van de Amsterdamse concurrent niet voldoet aan het Programma van Eisen en daarom ongeldig moet worden verklaard. De rechter leidt uit een gemeentelijke Nota echter af dat uitsluiting niet de consequentie is van een ingediend ontwerp dat niet aan alle eisen voldoet. Dit had een redelijk geïnformeerde inschrijver kunnen begrijpen. De rechter ziet ook verder geen reden om de gunning aan de Amsterdamse architect ongedaan te maken. Dit betekent dat de overeenkomst tussen dit architectenbureau en de gemeente in stand blijft.