Celstraf en behandeling voor brandstichting in eigen woning
De man plaatste in augustus 2015 een vuilniscontainer in zijn hoekwoning in Valkenswaard en stak de inhoud daarvan in brand. Vervolgens ging hij naar buiten. De man verklaarde dat hij brand had gesticht omdat hij boos was op en teleurgesteld was in de gemeente. Hij was in de veronderstelling dat de woning eigendom was van de gemeente.
De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. acht niet bewezen dat er door de brandstichting levensgevaar ontstond voor de buren. De bewoner van de aangrenzende woning was namelijk niet thuis en de verdachte was hier naar eigen zeggen van op de hoogte en had bewust op die gelegenheid gewacht. Daarom spreekt de rechtbank hem vrij van dit deel van de tenlasteleggingDeel van de dagvaarding in strafzaken waarin staat waar het Openbaar Ministerie de verdachte van beschuldigt..
Zoutzuur
De man had in de periode voor de brandstichting 2 flessen zoutzuur in bezit. Hij had dit middel aangeschaft om over 2 gemeenteambtenaren van de gemeente te gooien. Volgens de rechtbank toonde de man echter aan dat hij niet langer van plan was het zoutzuur te gebruiken, doordat hij ongeveer een week voor de brandstichting de flessen met zoutzuur naar een buurvrouw bracht en direct na de brandstichting naar een park ging en daar een serieuze suïcidepoging deed. Daarom wordt hij voor dit delictStrafbaar feit. ontslagen van alle rechtsvervolging.
Behandeling
De rechtbank oordeelt dat de man de belangen van de eigenaar van de woning fors schaadde en gevaar voor andere woningen en angst bij buurtgenoten veroorzaakte. Een dergelijk feit brengt ingrijpende gevoelens van onrust en onveiligheid in de maatschappij teweeg, zeker nu het zich afspeelde in een woonwijk. In het voordeel van de man weegt de rechtbank mee dat hij verminderd toerekeningsvatbaar was toen hij brand stichtte. Een psychiater en psychologen stelden namelijk vast dat er bij de man sprake is van een ontwikkelingsstoornis.
De rechtbank legt een deel van de celstraf voorwaardelijk op om de man ervan te weerhouden dat hij opnieuw strafbare feiten pleegt. Aan de voorwaardelijke strafStraf die pas uitgevoerd wordt als de veroordeelde zich niet aan bepaalde voorwaarden houdt. Als voorwaarde geldt altijd dat de veroordeelde zich niet binnen de proeftijd opnieuw aan een strafbaar feit schuldig maakt. De proeftijd bedraagt in de meeste gevallen maximaal drie jaar. Als bijzondere voorwaarde kan bijvoorbeeld worden opgelegd dat de veroordeelde zich op bepaalde tijdstippen meldt bij de reclassering. Als de veroordeelde de opgelegde voorwaarden niet nakomt, kan de officier van justitie bij de rechter eisen dat de voorwaardelijk opgelegde straf alsnog ten uitvoer wordt gelegd. koppelt de rechtbank een aantal bijzondere voorwaarden. Zo moet de man zich klinisch laten behandelen in een instelling. De rechtbank legt een proeftijd op van 3 jaar, zodat ook na de klinische opname nog geruime tijd besteed kan worden aan het ambulant behandelen van zijn problemen.