Celstraf en geldboetes voor grootschalige mestfraude
De verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. gaf leiding aan bedrijven die betrokken waren bij het vervoer en de opslag van dierlijke meststoffen. Aan het vervoer en de opslag van deze meststoffen zijn bepaalde voorwaarden gesteld. Zo moet het transport worden uitgevoerd met geregistreerde apparatuur, moet iedere vracht gewogen worden, moet de mest worden bemonsterd en moeten die monsters bij een geaccrediteerd lab worden aangeboden voor analyse. Ook moet voor elk transport een Vervoersbewijs Dierlijke Meststoffen (VDM) worden opgemaakt. Al die informatie moet uiteindelijk terechtkomen bij de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO). Deze voorwaarden zorgen ervoor dat de overheid zicht heeft op de hoeveelheden meststoffen die in Nederland worden vervoerd en opgeslagen.

De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. oordeelt dat de verdachte met 2 van zijn bedrijven over een periode van in totaal ruim 9 maanden op grote schaal met mesttransporten sjoemelde. Hij manipuleerde apparatuur zodat er valse laad- en losmeldingen werden gedaan. Ook vervalste de verdachte vervoersbewijzen en rommelde hij met mestmonsters door er fosfaat aan toe te laten voegen of mest met water te verdunnen. Door dit alles kon hij de prijzen van mesttransporten laag houden en kon hij tientallen agrariërs helpen op goedkope wijze van hun mestoverschot af te komen.
Onverbeterlijk en brutaal
De verdachte schond op systematische wijze en op grote schaal langere tijd de meststoffenwetgeving. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij zijn eigen financiële voordeel en zijn concurrentiepositie boven andere belangen heeft gesteld zoals het milieubelang en het imago van de agrarische sector. Verder slaat de rechtbank er acht op dat de verdachte in 2018 doorging met het fingeren van mesttransporten terwijl hij wist dat er op dat moment een strafrechtelijk onderzoek tegen hem liep. Dit getuigt niet alleen van onverbeterlijkheid maar bovendien van brutaliteit.
Al met al vindt de rechtbank een celstraf van 2 jaar op z’n plaats. Van die straf legt de rechtbank 1 jaar voorwaardelijk op om verdachte ervan te weerhouden opnieuw de fout in te gaan. Aan die voorwaardelijke strafStraf die pas uitgevoerd wordt als de veroordeelde zich niet aan bepaalde voorwaarden houdt. Als voorwaarde geldt altijd dat de veroordeelde zich niet binnen de proeftijd opnieuw aan een strafbaar feit schuldig maakt. De proeftijd bedraagt in de meeste gevallen maximaal drie jaar. Als bijzondere voorwaarde kan bijvoorbeeld worden opgelegd dat de veroordeelde zich op bepaalde tijdstippen meldt bij de reclassering. Als de veroordeelde de opgelegde voorwaarden niet nakomt, kan de officier van justitie bij de rechter eisen dat de voorwaardelijk opgelegde straf alsnog ten uitvoer wordt gelegd. is een proeftijd van 3 jaar gekoppeld. In die periode mag de verdachte onder meer geen werk uitvoeren dat verband houdt met het vervoeren van mest.