's-Hertogenbosch|

Celstraf, taakstraf en geldboete; verdachten witwassen veroordeeld

De rechtbank Oost-Brabant heeft een 39-jarige Eindhovenaar en een 48-jarige in België woonachtige Nederlander veroordeeld voor witwassen. De Eindhovenaar krijgt een gevangenisstraf van 9 maanden, de medeverdachte een taakstraf van 150 uur. Het bedrijf van de medeverdachte krijgt een boete van 19.000 euro. Een 32-jarige vrouw uit Eindhoven en een 37-jarige man worden vrijgesproken van betrokkenheid.

Uit onderzoek is naar voren gekomen dat van 2011 tot en met 2016 contante stortingen op verschillende rekeningen zijn gedaan, ter waarde van ruim 1,3 miljoen euro. Deze geldbedragen zijn voor een groot deel niet te verklaren uit legale inkomsten. Volgens de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. kan het niet anders dan dat het om crimineel geld gaat. De rechtbank concludeert dat bij de Eindhovenaar -door de lange periode- sprake is van gewoontewitwassen. De medeverdachte had een grote schuld bij de Eindhovenaar. De medeverdachte gaf hem de volledige beschikking1. In het bestuursrecht: Een beslissing van een overheidsorgaan in een concreet geval, bijvoorbeeld het verlenen van een bouwvergunning. 2. In het civiele recht: een rechterlijke uitspraak in een procedure die begint met een verzoekschrift. Een uitspraak in een procedure die begint met een dagvaarding, heet een vonnis. over zijn privérekening en die van zijn BV. Hij maakte zich daarmee schuldig aan schuldwitwassen, omdat de Eindhovenaar onder meer die rekening gebruikte voor de storting van het criminele geld.

Bij het bepalen van de straf weegt de rechtbank mee dat witwassen een bedreiging vormt voor de economie en dat het de integriteit van het financiële en economische verkeer ernstig aantast. De Eindhovenaar liet zich uitsluitend leiden door eigen materieel gewin, zonder zich te bekommeren om de gevolgen voor de samenleving.

De rechtbank bepaalt dat de Eindhovenaar ruim 678.000 euro in beslaggenomen geld niet terugkrijgt. De medeverdachte moet 45.000 euro aan de Staat betalen. Dat is het geld dat hij met de strafbare feiten heeft verdiend.