's-Hertogenbosch|

Celstraf voor afvuren pistool bij ruzie tijdens uitgaan in Eindhoven

De rechtbank Oost-Brabant heeft vandaag een 23-jarige man uit Roermond veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 maanden. De man maakte zich schuldig aan een ernstige bedreiging tijdens het uitgaan en had een verboden vuurwapen en munitie in bezit. Van de tenlastegelegde poging tot doodslag of zware mishandeling wordt hij vrijgesproken.

De verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. was in april van dit jaar samen met anderen op stap in Eindhoven en kreeg na afloop een woordenwisseling met een man. Daarbij hield de verdachte op enig moment de ander een vuurwapen voor en loste vervolgens een schot.

Bedreiging

Volgens de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. maakte de verdachte zich niet schuldig aan een poging tot doodslag, maar wel aan een poging tot zware mishandeling. De rechtbank spreekt de verdachte daarvan echter vrij. Uit de verklaringen van het slachtoffer en een getuige kan feitelijk niet meer worden afgeleid dan dat de verdachte een vuurwapen naar beneden richtte en deze afvuurde. Waar hij bij het afvuren precies op heeft gericht is niet vast te stellen. Ook is er geen technisch bewijs waaruit bijvoorbeeld de schootsbaan kan worden afgeleid. De verdachte heeft steevast ontkend in de richting van het slachtoffer te hebben geschoten. Volgens hem schoot hij in de lucht om het slachtoffer af te schrikken. De beslissing over welk scenario zich uiteindelijk op de bewuste avond heeft afgespeeld, kan verder in het midden blijven, omdat het - ook als van de juistheid van de lezing van het slachtoffer wordt uitgegaan - aan voldoende bewijs ontbreekt om te kunnen vaststellen dat daadwerkelijk een aanmerkelijke kans bestond dat het slachtoffer zou overlijden of zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. De rechtbank veroordeelt de verdachte wel voor bedreiging.

Geen noodweer

De verdachte handelde naar eigen zeggen uit noodweerHet plegen van een strafbaar feit om jezelf of een ander te beschermen tegen een onmiddellijke bedreiging. De verdediging mag niet verder gaan dan noodzakelijk is. Als noodweer is vastgesteld, is er geen sprake van een strafbaar feit.. Hij zou 2 klappen hebben gehad van de ander en pakte daarom zijn vuurwapen, schoot één keer in de lucht en rende weg. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. verwerpt dit beroep op noodweer. Ook al zou de verklaring van de verdachte over de aanval op hem door het slachtoffer aannemelijk zijn, wat de rechtbank in het midden laat, zijn beroep op noodweer kan niet slagen. Hij had zich namelijk – ook naar eigen zeggen – eenvoudig aan die situatie kunnen onttrekken.

Met vuurwapen op stap

De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij met een geladen vuurwapen op stap is gegaan. Hij heeft dit vuurwapen bovendien op een openbare weg gebruikt. Het is algemeen bekend dat het bezit van vuurwapens grote veiligheidsrisico's met zich brengt. Het illegale bezit van vuurwapens is een maatschappelijk kwaad dat ernstig dient te worden bestraft. Bovendien is de verdachte eerder veroordeeld voor delicten waarbij geweld is gebruikt. Hij heeft hiervoor meerdere keren in de cel gezeten, maar dit weerhield de verdachte er niet van het delictStrafbaar feit. te plegen.

De verwijzing naar de uitspraak volgt zo spoedig mogelijk.