Celstraf voor gewelddadige overvallen op telefoonwinkels
De verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. liep in april van dit jaar een telefoonwinkel in Nuenen binnen en haalde daar een mes tevoorschijn. Hij dwong 2 medewerkers zijn tas te vullen met telefoons. Hij maakte uiteindelijk 22 toestellen buit.
Eerder die maand haalde hij bij 3 andere winkels ook al telefoons weg. Hij vroeg telkens aan een medewerker om een bepaald type telefoon te mogen zien en nam die vervolgens mee. In Veldhoven griste de verdachte 2 toestellen van de balie en in Best en Veghel trok hij de telefoons uit handen van de verkopers.
De verdachte bekende de overvallen in Veldhoven en Nuenen (maar dan zonder gebruik van een mes) en verklaarde dat hij van de andere overvallen niets wist. Volgens de rechter is er echter voldoende bewijsEen document of stuk dat een standpunt ondersteunt. dat de verdachte ook deze overvallen pleegde.

De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. weegt bij het bepalen van de straf mee dat de verdachte geweld gebruikte en in één geval zelfs 2 personen met een mes bedreigde. Een overval, zeker wanneer daarbij een mes wordt gebruikt, is voor de slachtoffers een bijzonder traumatische ervaring waar zij nog lang last van kunnen hebben. De verdachte hield daar geen rekening mee toen hij besloot op gewelddadige manier snel aan geld te willen komen. Bovendien veroorzaken diefstallen overlast en schade. De rechtbank legt een deels voorwaardelijke celstraf op om de verdachte ervan te weerhouden opnieuw de fout in te gaan. Aan deze voorwaardelijke strafStraf die pas uitgevoerd wordt als de veroordeelde zich niet aan bepaalde voorwaarden houdt. Als voorwaarde geldt altijd dat de veroordeelde zich niet binnen de proeftijd opnieuw aan een strafbaar feit schuldig maakt. De proeftijd bedraagt in de meeste gevallen maximaal drie jaar. Als bijzondere voorwaarde kan bijvoorbeeld worden opgelegd dat de veroordeelde zich op bepaalde tijdstippen meldt bij de reclassering. Als de veroordeelde de opgelegde voorwaarden niet nakomt, kan de officier van justitie bij de rechter eisen dat de voorwaardelijk opgelegde straf alsnog ten uitvoer wordt gelegd. koppelt de rechtbank een aantal bijzondere voorwaarden. Zo krijgt de verdachte een meldplicht bij de reclassering en moet in therapie.