Celstraf voor man die zijn wapens en munitie bewaarde bij hondenclub Asten
De verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. had 24 vuurwapens, ruim 5.000 stuks munitie en een scherpe brisantgranaat opgeslagen in de kantine en in een hokje op het terrein van de hondenclub waar hij actief was. De politie betrapte hem toen hij in september 2017 bezig was deze spullen in zijn auto te laden om ze naar eigen zeggen te dumpen.

Bij het bepalen van de straf weegt de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. mee dat de kantine en het terrein van de hondenclub vrij toegankelijk waren voor leden en belangstellenden. Verder weegt mee dat de verdachte aangeeft dat hij zijn “collectie” al zeker 10 jaar tot zijn beschikking1. In het bestuursrecht: Een beslissing van een overheidsorgaan in een concreet geval, bijvoorbeeld het verlenen van een bouwvergunning. 2. In het civiele recht: een rechterlijke uitspraak in een procedure die begint met een verzoekschrift. Een uitspraak in een procedure die begint met een dagvaarding, heet een vonnis. had en dat hij op geen enkel moment tijdens die periode ervoor heeft gekozen om zich van die collectie te ontdoen. Dit probeerde hij pas nadat hij hoorde dat de politie naar hem op zoek was vanwege een onderzoek naar uitkeringsfraude en het hem dus ‘te heet onder de voeten werd’.
In het voordeel van de verdachte houdt de rechtbank rekening met de psychische gesteldheid van de man. Dit is voor de rechtbank reden de ondergrens van de op te leggen celstraf op te zoeken. Een nog lagere straf dan deze doet geen recht aan de ernst van het delictStrafbaar feit.. De rechtbank legt een deels voorwaardelijke strafStraf die pas uitgevoerd wordt als de veroordeelde zich niet aan bepaalde voorwaarden houdt. Als voorwaarde geldt altijd dat de veroordeelde zich niet binnen de proeftijd opnieuw aan een strafbaar feit schuldig maakt. De proeftijd bedraagt in de meeste gevallen maximaal drie jaar. Als bijzondere voorwaarde kan bijvoorbeeld worden opgelegd dat de veroordeelde zich op bepaalde tijdstippen meldt bij de reclassering. Als de veroordeelde de opgelegde voorwaarden niet nakomt, kan de officier van justitie bij de rechter eisen dat de voorwaardelijk opgelegde straf alsnog ten uitvoer wordt gelegd. op om de verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Aan deze voorwaardelijk straf koppelt de rechtbank een aantal bijzondere voorwaarden. Zo moet de verdachte meewerken aan onderzoek naar zijn persoonlijkheid en een eventueel daaruit voortvloeiende behandeling en krijgt hij een meldplicht bij de reclassering.