's-Hertogenbosch|

Eindhovense winkeleigenaresse krijgt opgezette wildzwijnkop niet terug

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) mocht een opgezette kop van een wild zwijn in beslag nemen. Dit besliste de bestuursrechter van de rechtbank Oost-Brabant. De NVWA trof de kop aan in een winkel in Eindhoven.

Naast de kop van een wildzwijn vond de NVWA tijdens inspecties begin 2015 ook een aantal andere verboden opgezette dieren. De eigenaresse van de winkel in antiek, brocante en woonaccessoires kon geen documenten overleggen waaruit bleek dat het om legale preparaten ging. De staatssecretaris van Economische Zaken liet daarom in april via een brief weten dat de vrouw de Flora- en faunawet had overtreden en dat zij alsnog de legale herkomst van de preparaten moest aantonen. Omdat de vrouw hier opnieuw niet aan voldeed, werd in augustus tijdens een nieuwe inspectie de kop in bewaring1. In het strafrecht: voorlopige hechtenis in opdracht van de rechter-commissaris; 2. In het vreemdelingenrecht: opsluiting van iemand die niet over geldige verblijfspapieren beschikt; 3. In het kader van de Wet Bijzondere Opneming Psychiatrische Ziekenhuizen: gedwongen opname in een psychiatrische inrichting van iemand die psychisch gestoord is en een gevaar vormt voor zichzelf of zijn omgeving. genomen. De andere preparaten waren niet meer in de winkel aanwezig. 
Volgens de vrouw kocht zij de kop van het wilde zwijn in 2001 op een rommelmarkt in België. Dit was vóór de invoering van de Flora- en faunawet en dus zou de kop legaal in haar bezit zijn geweest. Een verklaring hierover van haar partner zou volgens haar voldoende moeten zijn om dit te bevestigen. De vrouw stelt dat er dan ook geen reden was voor de inbeslagname.

De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. oordeelt dat het preparaat wel degelijk in bewaring mocht worden genomen en dat de staatssecretaris voldoende heeft gemotiveerd waarom het preparaat is meegenomen en opgeslagen. Er bestond immers een gerede kans dat de vrouw het preparaat zou wegdoen. De vrouw overtrad de wetgeving door niet aan te tonen dat het preparaat legaal in haar bezit was. De verklaring van de partner biedt onvoldoende aanknopingspunten om het tegendeel vast te stellen.

De verwijzing naar de uitspraak volgt zo spoedig mogelijk.