Forse uitbreiding mestverwerking varkenshouder in Asten gedeeltelijk geschorst
De eigenaresse van de varkenshouderij in Asten kreeg in juni 2016 van de provincie een omgevingsvergunning voor de uitbreiding van de capaciteit van de mestverwerking van 6000 naar 80.000 ton per jaar. Het gaat om een varkenshouderij met 810 zeugen, 120 mestvarkens/geiten en 84 stuks rundvee. Onder de vergunning vallen ook het bouwen van een silo en het aanleggen van erfverharding. Twee omwonenden en de Stichting Mens, Dier & Peel hebben vervolgens beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een rechter. ingesteld tegen de vergunning. Er is onder meer beroep aangetekend tegen de omvang van het bouwperceel en de toename van de geurhinder na de uitbreiding van de mestverwerkingsinstallatie.
De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. oordeelt dat dat de geurhinder van de mestverwerkingsinstallatie in combinatie met de veehouderij via een GGD-onderzoek goed in kaart is gebracht. De rechtbank oordeelt bovendien dat er geen indicaties bekend zijn voor onaanvaardbare volksgezondheidsrisico’s door mestverwerkingsinstallaties.
Wel oordeelt de rechtbank dat 6 parkeerplaatsen die buiten het bouwperceel liggen meetellen bij de oppervlakte van dat perceel, omdat ze als voorziening kunnen worden gezien. Dat is in strijd met Verordening Ruimte 2014. Verder had de provincie moeten voorschrijven dat alleen Brabantse mest wordt verwerkt. Dit omdat in de Verordening Ruimte met zoveel worden is bepaald dat een mestverwerkingsinstallatie alleen mag worden uitgebreid in verband met het terugbrengen van het mestoverschot in Noord-Brabant.
De verweerderIn civiel of bestuursrecht: de tegenpartij van de verzoeker of eiser. krijgt de gelegenheid om de gebreken in de besluitvorming te herstellen. In de tussentijd worden de besluiten wel geschorst.