's-Hertogenbosch|

Gemeente Eersel moet voormalig hotelexploitant schadevergoeding betalen

De rechtbank Oost-Brabant bepaalt vandaag dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eersel onterecht dwangsommen heeft laten betalen door een voormalig exploitant van een hotel met café in het dorp. De gemeente moet de man 22.495 euro terugbetalen.

De man huurde vanaf 2000 een pand in Eersel waar hij een hotel met café exploiteerde. In oktober 2013 zag de gemeente bij een controle dat voor een aantal bijgebouwen bij het hotel geen vergunning was verleend. Wat volgde was een jarenlange juridische strijd over deze bijgebouwen. In de procedure waar de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. nu naar heeft gekeken, gaat het om het eerste besluit van de gemeente om de exploitant een last onder dwangsom op te leggen. Omdat hij de bijgebouwen niet wilde slopen, moest de man dwangsommen aan de gemeente betalen. Die wil hij nu terug in de vorm van een schadevergoeding.
De man kreeg in augustus 2017 alsnog een vergunning voor de bijgebouwen, maar is inmiddels niet langer exploitant van het hotel. De eigenaar van het pand heeft de bijgebouwen waar het allemaal om is begonnen, gesloopt. Deze zaak gaat dus alleen over de financiële nasleep.

Oordeel

De gemeente hoeft alleen bij zeer hoge uitzondering op een onherroepelijkNiet te herroepen, niet te veranderen. Een uitspraak is onherroepelijk als de rechtzoekende geen beroep of cassatie meer kan instellen, bijvoorbeeld omdat de termijn waarbinnen men beroep moet instellen verlopen is. De zaak is dan helemaal afgedaan. besluit terug te komen. In dit geval is volgens de rechtbank sprake van een uitzonderingsgeval omdat de man ten tijde van het dwangsombesluit al een vergunning had aangevraagd en voor de bijgebouwen uiteindelijk zelfs een vergunning is verleend. Daarom moet de gemeente terugkomen op haar besluit en stoppen met het verder innen van de dwangsommen. De man kan aanspraak maken op terugbetaling van de reeds betaalde dwangsommen. Hij had zijn vordering beperkt tot 25.000 euro dus de rechtbank kan alleen daarover oordelen. De rechtbank brengt wel een bedrag in mindering omdat de man kan worden toegerekend dat hij destijds geen bezwaar heeft gemaakt tegen het dwangsombesluit en omdat hij niet op tijd de noodzakelijke gegevens voor de bouwaanvraag heeft aangeleverd. Daarom brengt de rechtbank de door de gemeente gemaakte kosten in mindering. Om discussie over de hoogte van deze kosten (en een nieuwe rechtszaak) te voorkomen, stelt de rechtbank deze kosten vast op een bedrag van 2.505 euro. Dit betekent dat de gemeente een schadevergoeding van 22.495 euro moet betalen aan de man.