Geroyeerde meisjes niet tijdelijk terug bij handbalvereniging
De handbalvereniging liet in december 2025 aan de drie elfjarige meisjes weten dat zij voornemens was om hun lidmaatschap te beëindigen. Er zou herhaaldelijk sprake zijn geweest van gedrag dat niet past binnen de normen en gedragsregels van de vereniging. De ouders zouden hebben gezorgd voor onrust en een onveilige sfeer binnen het team en de club. In januari jl. kregen de meisjes te horen dat zij definitief geroyeerd waren als lid.

De meisjes legden zich hierbij niet neer en stapten naar de rechter. Zij verzochten de kort gedingrechter om een voorlopige voorzieningEen voorlopige beslissing in spoedeisende zaken die gezien kan worden als tijdelijke regeling tot de eindbeslissing er is. te treffen waardoor zij weer tijdelijk bij hun team zouden kunnen handballen. Volgens de meisjes kan de vereniging niet overgaan tot het royeren van leden door gedrag van hun ouders. De ouders en meisjes herkennen zich niet in het verwijt van de vereniging, dit zou ook niet eerder door de vereniging met hen zijn gecommuniceerd en andere ouders uit het team zouden de lezing van de vereniging ook tegenspreken.
De handbalvereniging stelt dat zich voorafgaand aan de brief in december 2025 verschillende ernstige incidenten hebben voorgedaan tijdens wedstrijden, waarbij de ouders van de meisjes ook betrokken waren. Er zouden meerdere gesprekken over de sfeer binnen het team en de gedragingen richting coach, trainer en tegenstander zijn gevoerd, zonder dat dit tot verbetering heeft geleid.
Discussie over douchen weegt niet mee
De voorzieningenrechter merkt vooraf op dat bij de juridische beoordeling in deze procedure niet wordt ingegaan op de vraag die naar aanleiding van het geschil tussen partijen in de (sociale) media is opgeworpen, namelijk of de handbalvereniging haar leden al dan niet verplicht om te douchen op de club na trainingen en wedstrijden. Het antwoord op die vraag staat namelijk los van de beoordeling van de vorderingen die de ouders in deze procedure aan de voorzieningenrechter hebben voorgelegd.
Beoordeling
Het gaat er in deze zaak over of de meisjes (tijdelijk) mogen terugkeren bij hun team. De voorzieningenrechter kan in zo’n spoedprocedure niet tot de bodem gaan en vormt zich een voorlopig oordeel. Zij kijkt of een zaak bij de bodemrechter overeind zou kunnen blijven. In deze zaak moet de rechter vaststellen dat het zover nog niet is, dat er een bodemprocedureTerm die gebruikt wordt voor een normale, uitgebreide procedure bij de rechtbank, in vergelijking met het kort geding (voorlopige voorziening). kan komen. In de statuten van de handbalvereniging staat kort gezegd dat het bestuur een lid kan royeren en dat het lid het recht heeft om binnen een maand in beroep te gaan bij de algemene ledenvergadering.
Volgens vaste jurisprudentieGeheel van uitspraken van rechters. De jurisprudentie vormt een richtlijn voor de rechtspraak in latere, soortgelijke gevallen. van de Hoge Raad moet een geroyeerd lid eerst gebruikmaken van die interne beroepsmogelijkheid, voor hij zich tot de rechter kan richten. De meisjes hebben dit niet gedaan. De verwachting van de voorzieningenrechter is dan ook dat een bodemrechter de zaak van de meisjes niet-ontvankelijkNiet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen. zal verklaren. Daarom bestaat er geen (juridische) grond voor het treffen van een voorlopige voorziening zoals door de meisjes gevraagd wordt.
De voorzieningenrechter zou nog een ordemaatregel kunnen treffen zodat de meisjes weer kunnen trainen en wedstrijden kunnen spelen. In dit geval is dat niet in het belang van de meisjes en niet van de vereniging. Er is namelijk reden om aan te nemen dat een terugkeer van de meisjes zeer beladen zal zijn. De verhoudingen tussen de meisjes en hun ouders en de vereniging zijn zeer gespannen. Dit blijkt ook uit het gegeven dat partijen er samen niet zijn uitgekomen en dat een mediationtraject uiteindelijk niet van start is gegaan.
Ook weegt mee dat een ordemaatregel slechts tijdelijk zou zijn. Dit zou kunnen betekenen dat de meisjes door een ordemaatregel eerst terugkeren in het team en daarna het team weer moeten verlaten.