Horecabedrijf mag voorlopig geen openbare feesten meer geven in Boxmeer
Geschiedenis
Eén gezin verzocht de gemeente in november 2015 handhavend op te treden vanwege de gestelde geluidsoverlast. Zij vroegen op te treden tegen alle toekomstige openbare feesten op het terrein omdat deze feesten volgens hen zijn aan te merken als "zware horeca". Dit zou in strijd zijn met het bestemmingsplan. Op het terrein is namelijk alleen "lichte en middelzware horeca" toegestaan. De gemeente heeft pas na een uitspraak van deze rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. in september 2016 beslist op het verzoek. Volgens de gemeente woonden de omwonenden te ver weg (110 meter) en hadden zij geen belang bij het verzoek om handhaving. De voorzieningenrechter oordeelde in mei van dit jaar dat dit argument niet klopt. De rechter droeg de gemeente op een nieuw besluit te nemen. In juni besloot de gemeente opnieuw dat zij niet zou optreden. Het gezin stapte daarop weer naar de rechter.
Standpunt gemeente
Volgens de gemeente gaat handhaven te ver, omdat er slechts één gezin heeft geklaagd over geluidsoverlast. De gemeente stelt dat het bedrijf inmiddels voldoet aan de gestelde normen en dat er na een controle een geluidsbegrenzer is geplaatst op de muziekinstallatie.
Dit neemt volgens het gezin niet weg dat het horecabedrijf handelt in strijd met het bestemmingsplan en dat de gemeente hiertegen moet optreden. Het gaat niet om incidentele overtredingen, het gebeurt veel vaker. Het gezin heeft tijdens één van de feesten in september een geluidsmeting laten uitvoeren door een deskundige. Hieruit blijkt een forse overtredingLicht strafrechtelijk vergrijp. De strafwetgeving onderscheidt overtredingen en misdrijven. Overtredingen worden in de regel berecht door de sector kanton van de rechtbank, misdrijven door de strafsector van de rechtbank. van de geluidsnorm.
De gemeente vraagt zich af of die meting wel klopt. Bovendien stelt de gemeente dat er voor dit feest een ontheffing verleend was waardoor er meer geluid mocht worden geproduceerd.
Oordeel

De rechtbank oordeelt dat het horecabedrijf in overtreding is en de gemeente hiertegen mag optreden. Sterker nog, in beginsel is de gemeente zelfs verplicht op te treden. Het gebruik van het bedrijf voor openbare feesten is namelijk een forse overtreding van het bestemmingsplan. De rechtbank vindt de overtreding dan ook geen uitzondering die de gemeente door de vingers mag zien.
De omwonenden schieten er niets mee op als de rechtbank alleen de beslissing van de gemeente vernietigt. Daarom legt de rechtbank zelf een last onder dwangsomBedrag dat iemand moet betalen als hij niet voldoet aan een verplichting die hem door de rechter is opgelegd. In het bestuursrecht is het een bedrag dat iemand moet betalen als niet voldaan wordt aan de last die door een bestuursorgaan is opgelegd. op aan het bedrijf. Dit betekent dat er vanaf 1 december 2017 geen openbare feesten meer mogen worden gehouden. Een openbaar feest is een feest waar iedereen mag komen (al dan niet na de koop van een kaartje). Als het horecabedrijf wél een openbaar feest houdt, moet zij 5.000 euro betalen.
De rechtbank beseft dat de gevolgen voor het horecabedrijf groot zijn. Zij dreigt de dupe te worden van het nalaten van de gemeente. Maar dat hoeft niet. De rechtbank heeft tijdens de zitting met alle partijen gesproken over een oplossing. Het bedrijf kan aan de gemeente vragen af te wijken van het bestemmingsplan. Hiervoor moet een uitgebreider geluidsonderzoek worden uitgevoerd.