's-Hertogenbosch|

ISD-maatregel voor diefstal met geweld, belemmeren politie en kraken

De rechtbank Oost-Brabant heeft een 30-jarige man zonder vaste woon- of verblijfplaats veroordeeld voor onder meer een winkeldiefstal in Eindhoven, waarbij hij een medewerker van die winkel heeft bedreigd. De man wordt voor 2 jaar in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) geplaatst.

De man ging in november vorig jaar een supermarkt in Eindhoven binnen, vroeg daar om 2 pakjes sigaretten en liep zonder te betalen naar buiten. Toen een medewerker de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. achterna ging, uitte deze bedreigingen en hield dreigend een voorwerp van hout en/of metaal op het gezicht van de medewerker gericht. In oktober 2016 belette de verdachte 2 politieagenten bij het uitvoeren van hun werk. Hij barricadeerde de toegang tot een pand waar de agenten ’s nachts naar binnen wilden gaan na een melding over geluidsoverlast. Tot slot maakte de man zich schuldig aan het kraken van datzelfde pand.

De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. houdt er rekening mee dat het gaat om zeer hinderlijke delicten. Diefstallen veroorzaken overlast en schade. Bovendien moet de bedreiging met geweld voor de winkelmedewerker een beangstigende ervaring zijn geweest. Zowel met de diefstal als het kraken liet de verdachte zien dat hij geen respect heeft voor andermans eigendommen. Door de politie te belemmeren, gaf hij er bovendien blijk van geen respect te hebben voor het openbaar gezag.

De rechtbank weegt verder mee dat de verdachte veelvuldig is veroordeeld voor vermogensdelicten. Deze veroordelingen hebben hem er niet van weerhouden opnieuw in de fout te gaan. De rechtbank houdt er ernstig rekening mee dat de verdachte wederom een misdrijfZwaar strafrechtelijk vergrijp. De strafwetgeving onderscheidt overtredingen en misdrijven. Overtredingen worden in de regel in eerste aanleg berecht door de kantonrechter, misdrijven door de afdeling strafrecht van de rechtbank. zal begaan. Alles bij elkaar oordeelt de rechtbank dat de ISD-maatregel moet worden opgelegd. Volgens de rechtbank is behandeling en begeleiding van de man noodzakelijk en levert de maatregelEen maatregel kan worden opgelegd na het begaan van een strafbaar feit. Er kunnen maatregelen worden opgelegd in plaats van een straf of naast een straf. Voorbeelden zijn: terbeschikkingstelling (tbs), plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis, ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, onttrekking van voorwerpen aan het verkeer. een bijdrage aan het oplossen van zijn problematiek. In het kader van het ISD-traject kan hulpverlening plaatsvinden. Hij krijg zo de structuur en begeleiding die hij nodig heeft.