Jeugddetentie en behandeling voor mishandeling op homo-ontmoetingsplaats
De verdachten gingen eind december 2021 samen met een derde jongeman, de broer van de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. uit Gemert, naar een homo-ontmoetingsplaats in Son en Breugel. Op die plek duwde de broer een bezoeker en haalde boodschappen uit diens auto. Toen de man hem achterna ging, kwamen de verdachten tevoorschijn en gebruikten geweld tegen het slachtoffer. Er werd geduwd, geschopt en ze spoten deodorant in het gezicht van de man. Tijdens deze schermutseling haalde de broer een doos met boodschappen uit de auto van de man weg. Ook zijn twee doosjes condooms weggenomen.

Bij het bepalen van de straffen houdt de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. er rekening mee dat de verdachten bewust naar een homo-ontmoetingsplaats zijn gegaan, omdat zij naar eigen zeggen “homo’s wilden bekijken en uitlachen”. Daar bleef het echter niet bij. De verdachten hebben ook zonder enige aanleiding een man mishandeld en beroofd van zijn spullen. Dit moet voor het slachtoffer erg vernederend zijn geweest. Daarbij weegt mee dat de verdachten het bewust hadden gemunt op kwetsbare slachtoffers. Het is een feit van algemene bekendheid dat mensen die naar een homo-ontmoetingsplaats gaan hier meestal geen ruchtbaarheid aan geven en daardoor waarschijnlijk minder snel aangifte zullen doen als hen daar iets overkomt.
Het voorval kan grote en langdurige gevolgen hebben voor het slachtoffer. Daarbij gaat het niet alleen om de gevoelens en onzekerheid bij de man, maar ook voor andere bezoekers van homo-ontmoetingsplaatsen.
Langdurige behandeling
De rechtbank beschouwt beide jongemannen als verminderd toerekeningsvatbaar. Ook wordt bij beide verdachten het adolescentenstrafrecht toegepast. Volgens de psycholoog en psychiater is bij de Eindhovenaar sprake van een gebrekkige stoornis van de geestvermogens. De rechtbank vindt het voor de veiligheid van anderen noodzakelijk dat de verdachte zich laat behandelen voor zijn problematiek. Hij krijgt naast 271 dagen jeugddetentie een voorwaardelijke PIJ-maatregel (plaatsing in een inrichting voor jeugdigen). Als hij zich niet aan de voorwaarden houdt, kan de verdachte alsnog deze “jeugd tbs" worden opgelegd. De voorwaarden zijn onder meer een meldplicht bij de reclasseringInstelling die het herintreden in de maatschappij van veroordeelden wil bevorderen. Geeft ook voorlichting aan de rechter over de persoon van de verdachte. en meewerken aan een klinische opname in een zorginstelling.
Bij de jongeman uit Gemert is sprake van een gedragsstoornis. Hij krijgt 180 dagen jeugddetentie. De rechtbank legt daarvan 61 dagen voorwaardelijk op als waarschuwing, om te voorkomen dat de verdachte opnieuw de fout ingaat. Daarnaast krijgt ook deze verdachte een meldplicht bij de reclassering, moet hij meewerken aan een ambulante behandeling en aan gedragstherapie.
De zaak van de jongste broer zal later dit jaar inhoudelijk worden behandeld.