Jeugddetentie, taakstraf en behandeling voor verkrachting vrouw op station Eindhoven
De verdachten spraken de 19-jarige vrouw aan toen zij na het uitgaan in Eindhoven onderweg was naar het station. De jongens vergezelden haar, maar toen de vrouw naar haar trein wilde gaan, hielden de jongens haar tegen en verkrachtten ze haar.
Behandeling

De jongens hebben een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit, de persoonlijke levenssfeer en de bewegingsvrijheid van het slachtoffer. Zij stelden hun lustgevoelens boven de gevoelens van hun slachtoffer en hadden geen oog voor haar verbale en non-verbale weerstand. Beide jongens hebben haar tegen- en vastgehouden en hadden een zodanig fysiek overwicht dat haar verzet op enig moment is gebroken.
Volgens een psycholoog is de jongste verdachte verminderd toerekeningsvatbaar. Maar hij was wel degene die het initiatief nam tot de verkrachting en dat rekent de rechtbank hem extra zwaar aan. Daarom krijgt hij dezelfde straf als de medeverdachte. De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf aansluiting gezocht bij de landelijke oriëntatiepunten voor het jeugdstrafrecht. Deze wijken sterk af van de oriëntatiepunten voor dezelfde strafbare feiten voor volwassenen. De opgelegde straffen zijn gelijk aan de eis van de officier van justitie.
De rechtbank legt een deel van de jeugddetentie voorwaardelijk op om de jongens ervan te weerhouden opnieuw in de fout te gaan. Aan deze voorwaardelijke straffen koppelt de rechtbank een aantal bijzondere voorwaarden. Zo krijgen zij een meldplicht bij de jeugdreclassering, moeten ze deelnemen aan onderwijs of een ander dagbestedingsprogramma en moeten zij meewerken aan een behandeling voor hun psychische problemen.