's-Hertogenbosch|

Mannen cel in voor poging afpersing in centrum ’s-Hertogenbosch

Een 29-jarige man uit 's-Hertogenbosch is voor een poging tot afpersing met geweld op straat in het centrum van ’s-Hertogenbosch veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Een 31-jarige plaatsgenoot krijgt van de rechtbank Oost-Brabant voor zijn aandeel een celstraf van 10 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk.

De verdachten intimideerden en pestten in maart van dit jaar een man op het centraal station in 's-Hertogenbosch. Toen bleek dat het slachtoffer flink onder invloed van alcohol was en weinig weerstand bood, besloten de verdachten hem geld afhandig te maken. Ze leidden het slachtoffer naar een pinautomaat en dreigden het slachtoffer "kapot te maken" als hij hen geen geld zou geven. Het slachtoffer kreeg klappen in zijn gezicht en werd met een scherp voorwerp in zijn bovenbeen gestoken. Het slachtoffer wist bij de pinautomaat enkele politieagenten te waarschuwen. De beide verdachten waren toen bij hem en werden direct aangehouden.
De verdachten blijven ontkennen dat zij de man gestoken of geslagen hebben en dat zij probeerden hem geld afhandig te maken. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. oordeelt op basis van de bewijzen dat afpersing wel degelijk hun bedoeling is geweest. Uit het bewijs blijkt ook dat in ieder geval de 29-jarige verdachte geweld heeft gebruikt tegen het slachtoffer. De rechtbank betrekt daarbij dat deze verdachte bloed van het slachtoffer aan zijn handen had.

De oriëntatiepunten voor straatroof, waarbij een celstraf van 6 maanden het uitgangspunt is, zijn volgens de rechtbank in dit geval niet passend. De rechtbank acht, mede gezien het toegepaste geweld, een hogere straf op zijn plaats. Omdat niet vaststaat dat de 31-jarige verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. ook fysiek geweld heeft gebruikt, krijgt hij een lagere straf dan de 29-jarige Bosschenaar.
De rechtbank legt op advies van de reclasseringInstelling die het herintreden in de maatschappij van veroordeelden wil bevorderen. Geeft ook voorlichting aan de rechter over de persoon van de verdachte. een deels voorwaardelijke celstraf op aan beide verdachten en koppelt daar een aantal bijzondere voorwaarden aan. Ze krijgen onder meer een meldplicht bij de reclassering en moeten meewerken aan een gedragsonderzoek. De 29-jarige verdachte mag bovendien geen drugs en alcohol gebruiken.
De rechtbank veroordeelt de verdachten daarnaast tot betaling van een schadevergoeding van in totaal ruim 1.900 euro aan het slachtoffer.