Mannen veroordeeld voor gooien molotovcocktail naar woning in Someren
De 24-jarige man bracht de negentienjarige man en een derde persoon in mei vorig jaar met een auto naar de woning in Someren. De bestuurder bleef in de auto wachten, terwijl de andere twee naar het huis liepen. Daar gooiden zij een steen door de ruit en wilden vervolgens door het ontstane gat een molotovcocktail naar binnen mikken. Het brandende flesje met brandstof kwam echter tegen de gevel van de woning terecht, waarbij de brandstof intens maar kort brandde. Toen één van de bewoners naar buiten kwam, gingen de daders er vandoor in de auto.
De zeventienjarige jongen was volgens de officier van justitie de tweede verdachte die naar de woning ging. In het dossier is echter onvoldoende bewijs waaruit de betrokkenheid van de jongen bij het delict blijkt. Bovendien wijkt het signalement dat een getuige gaf, significant af van dat van de jongen. De rechtbank spreekt de jongen daarom vrij van medeplegen van brandstichting.
Later tijdens politieverhoren bedreigde de negentienjarige man twee van de bewoners van de woning met de dood. Eerder bedreigde hij ook al de voogd van zijn broer.
Levensgevaar
Bij het bepalen van de straf weegt de rechtbank mee dat de mannen een levensbedreigend gevaar voor anderen veroorzaakten door de molotovcocktail te gooien. Ze trokken zich niets aan van de belangen van de bewoners. Volgens deskundigen is er bij de negentienjarige man sprake van een gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Bovendien gebruikt hij cannabis en andere middelen. De rechtbank paste op advies van de deskundigen het jeugdstrafrecht toe. Voor de veiligheid van anderen en in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de man, legt de rechtbank een PIJ-maatregel op.
Aan de deels voorwaardelijke celstraf van de 24-jarige man koppelde de rechtbank als bijzondere voorwaarden onder meer dat hij zich moet melden bij de verslavingszorg en zo nodig moet meewerken aan een behandeling of gedragsinterventie. De man moet bovendien nog een eerder voorwaardelijk opgelegde celstraf van drie maanden uitzitten.