Oud-agent krijgt weer tijdelijk toestemming om als beveiliger te werken
De man kreeg bij zijn aanstelling bij de politie in 2012 verschillende goederen, waaronder een trainingspak met daarop het logo van de politie. In juli 2015 vertrok hij bij de politie en zocht de man zelf contact met zijn voormalig leidinggevende om te vragen welke bedrijfskleding hij moest inleveren. Hij stuurde zijn uniform en andere politiekleding terug. Het trainingspak stuurde hij niet terug; daar was ook niet naar gevraagd. In oktober vorig jaar bood hij het trainingspak te koop aan via Marktplaats. De politie stelde daarop een onderzoek in waarbij de man werd verdacht van verduistering van het trainingspak. De officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. seponeerde de strafzaak uiteindelijk vanwege gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. Volgens de korpschef van de politie was het bestuursrechtelijk wel voldoende aannemelijk dat er sprake was van verduistering. Hij trok daarop in januari jl. de toestemming in van de man om beveiligingswerk te doen. De man maakte hiertegen bezwaar en verzocht de rechtbank een voorlopige voorzieningEen voorlopige beslissing in spoedeisende zaken die gezien kan worden als tijdelijke regeling tot de eindbeslissing er is. te treffen, zodat hij zijn huidige werk als beveiliger kan behouden.
De korpschef voerde aan dat de man niet langer voldoet aan het vereiste van betrouwbaarheid. Volgens hem had de man er voldoende van doordrongen moeten zijn dat goederen waarop het politielogo staat, altijd eigendom van de politie blijven. Dit staat volgens de korpschef ook in de Kledingregeling van de politie.
De man was zich er naar eigen zeggen niet van bewust dat hij nog een trainingspak had van de politie toen hij zijn kleding inleverde. Daar kwam hij pas later achter. Volgens hem is van belang dat daar vanuit de politie ook niet meer naar is gevraagd. Bovendien was hij eerder in dienst van de Koninklijke Marechaussee (Kmar) en hoefde hij toen zijn trainingspak met logo niet in te leveren. Hij ging er daarom vanuit dat dat ook het geval was met het trainingspak van de politie. Verder zegt de man er nooit op gewezen te zijn dat het pak eigendom blijft van de politie en is er volgens hem geen regelgeving over. Ook vindt hij de beslissing van de korpschef disproportioneel, omdat hij zijn werk als beveiliger zal kwijtraken.
Oordeel
De voorzieningenrechter oordeelt dat de korpschef de toestemming om beveiligingswerk te doen, mag intrekken als er - ondanks dat de strafzaak is geseponeerd - niet langer sprake is van de vereiste betrouwbaarheid. Daarvoor is echter wel vereist dat de man een concrete rechtsregel heeft geschonden. De rechter oordeelt dat de korpschef onvoldoende heeft gemotiveerd dat sprake is van verduistering en daarmee dat de man een rechtsregel naast zich heeft neergelegd. In de Kledingregeling staat niet dat alle goederen met een politielogo eigendom blijven van de politie. Volgens de rechter kan dit hier ook niet uit worden afgeleid. Daarbij komt dat de man zelf initiatief nam de goederen in te leveren en dat hij zelfs heeft gevraagd om een inleverlijst, die er niet bleek te zijn. Ook is het van belang dat hij zijn trainingspak van de Kmar wel mocht houden en dat vanuit de politie niet is gezegd dat hij zijn trainingspak ook nog moest inleveren. De rechter oordeelt al met al dat de man geen verstandige beslissing heeft genomen door het trainingspak van de politie te koop aan te bieden, maar dat is onvoldoende om te kunnen spreken van verduistering en het naast zich neerleggen van rechtsregels. De korpschef moet hem daarom weer toestemming geven om beveiligingswerk te doen en hem daartoe een beveiligingspas geven totdat op zijn bezwaarProtest van een particulier of organisatie tegen bepaald overheidshandelen. is beslist.