Rechtbank vernietigt terugkeerbesluiten derdelanders; staatssecretaris gaf onvoldoende uitleg

De eisers hadden een tijdelijke Oekraïense verblijfsvergunning (derdelander) toen daar de oorlog uitbrak. Vervolgens hebben zij zich voor 19 juli 2022 in Nederland ingeschreven. De staatssecretaris verleende tijdelijke bescherming aan deze groep derdelanders uit Oekraïne. Die tijdelijke bescherming eindigde op 4 maart 2024. De eisers kregen vervolgens terugkeerbesluiten opgelegd en verbleven zodoende niet langer rechtmatig in Nederland. Daarop stapten zij naar de rechter.
Terugkeerbesluiten vernietigd
De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. oordeelt dat de staatssecretaris onvoldoende uitleg geeft over waarom de tijdelijke bescherming vanaf 4 maart 2024 eindigt. De staatssecretaris verwijst naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraakRechtspraak die zich bezighoudt met geschillen over besluiten van een bestuursorgaan. De geschillen kunnen zich zowel tussen particulieren, organisaties en bestuursorganen als tussen bestuursorganen onderling afspelen. Bestuursrecht is de moderne benaming voor wat vroeger administratief recht heette. van de Raad van State van 17 januari 2024. Maar uit die uitspraak blijkt niet dat de goede argumenten die de eisers inbrachten, zijn beoordeeld. Ook bij de rechtbank heeft de staatssecretaris niet goed uitgelegd waarom deze argumenten niet slagen.
De rechtbank oordeelt daarom dat de tijdelijke bescherming van de eisers in deze zaken niet is geëindigd op 4 maart 2024, maar pas eindigt op 4 maart 2025. Zij behouden dus hun rechtmatige verblijf tot en met 4 maart 2025. De terugkeerbesluiten die ze ontvingen, worden daarmee vernietigd.
De rechtbank heeft er tot slot nog over nagedacht om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van JustitieVerzamelnaam voor functies die zich binnen de overheid bezighouden met de handhaving van het recht. van de Europese Unie. Uiteindelijk is daar niet voor gekozen omdat het niet de verwachting is dat de vragen voor 4 maart 2025 zullen zijn beantwoord.