's-Hertogenbosch|

Rechtbank verwerpt verzoek om OM niet-ontvankelijk te verklaren in zaak zwemschoolhouder

De advocaat van de zwemschoolhouder vroeg de rechtbank ’s-Hertogenbosch vanochtend het openbaar ministerie (OM) niet-ontvankelijk te verklaren. De rechtbank verwierp dit verzoek. Dat betekent dat de inhoudelijke behandeling van de strafzaak wordt voortgezet.

De advocaatRaadsman of raadsvrouw in juridische aangelegenheden. Een advocaat is lid van de Nederlandse Orde van Advocaten. van de zwemschoolhouder vroeg de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. ’s-Hertogenbosch vanochtend het openbaar ministerieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. (OM) niet-ontvankelijk te verklaren. De rechtbank verwierp dit verzoek. Dat betekent dat de inhoudelijke behandeling van de strafzaak wordt voortgezet.

De advocaat deed het verzoek tijdens de derde dag van de inhoudelijke behandeling inzake de zwemschoolhouder die wordt verdacht van een poging tot verkrachting, het plegen van ontuchtige handelingen en het bezit van kinderporno. Volgens de rechtbank is er - in tegenstelling tot wat de advocaat in zijn verzoek naar voren bracht - sprake van een eerlijk proces. Bij de beslissing herhaalde de rechtbank dat er zorgvuldig en behoedzaam zal worden rechtgesproken. De rechtbank benadrukte dat de raadsmanAdvocaat. en de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. op hun verzoek de gelegenheid krijgen om beelden - die zijn aangemerkt als processtukken - te bekijken.

De advocaat deed vervolgens twee andere verzoeken, te weten het horen van een journalist van de Volkskrant en het bekijken van beelden die in het eind-procesverbaal van de politie zijn opgenomen, maar niet ten laste zijn gelegd. De rechtbank wees beide verzoeken af, omdat ze kort gezegd niet relevant zijn voor de te nemen beslissingen in de strafzaak.

Dat betekent dat de inhoudelijke behandeling vandaag wordt voorgezet. De rechtbank is inmiddels gestart met de behandeling van de feiten 26 tot en met 33 die voor vrijdagochtend 4 juni stonden gepland. De rechtbank neemt zich - ondanks de ontstane vertraging - voor vandaag aansluitend de geplande feiten 34 tot en met 45 (met uitzondering van feit 35) te behandelen, gezien de omstandigheid dat de direct betrokkenen vandaag ervoor naar de zitting zijn gekomen.

Eventuele wijzigingen in de planning worden via rechtspraak.nl bekendgemaakt.