Taakstraffen en geldboetes voor verkoop van mogelijk schadelijk vlees

De man en vrouw uit Boxtel boden via hun stichting vlees te koop aan. Elke woensdag ontvingen de verdachten bestellijsten van klanten met daarin de contante betalingen voor die bestellingen. Op donderdag gaven ze deze bestellijsten en de betalingen, na aftrek van benzinegeld voor de verdachten, aan de slager. Hij zette de bestellingen in zijn koeling klaar. De Boxtelaren kwamen dit iedere zaterdag samen met enkele vrijwilligers ophalen en brachten het vervolgens naar afgesproken afhaalpunten in de regio. In augustus 2016 werden zij door de politie aangehouden. In totaal werd bijna 600 kilo vlees bestemd voor de klanten in beslaggenomen en onderzocht.
Uit het onderzoek bleek dat het vlees niet traceerbaar was, omdat het niet volgens de regels van de Warenwet voorzien was van etiketten. Ook was er geen deugdelijke administratie voor de onderzochte partijen vlees. Hierdoor kon niet worden nagegaan wie het vlees aan de verdachten leverde, uit welke partijen het vlees kwam en wat de houdbaarheidsgegevens waren. Bovendien werd het vlees onder te warme omstandigheden vervoerd. De verdachten namen bewust het risico dat zij mogelijk schadelijk vlees leverden.
Ernstig verwijt
De verdachten verkochten over een periode van enkele maanden grote hoeveelheden vlees en leverden dit af bij klanten. Dat het ging om mogelijk schadelijk vlees, verzwegen zij. Ook overtraden zij de Warenwet door het vlees niet te etiketteren en te warm te vervoeren. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. vindt het ernstig dat de verdachten met dit alles de volksgezondheid in gevaar brachten. Bij de slager speelt bovendien mee dat juist hij als beroepsslager alle gevaren hoort te kennen. Hij trok zich hier, net als de andere verdachten, niets van aan. Tot slot weegt mee dat de delicten zo’n 4,5 jaar geleden plaatsvonden. Het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. kon geen reden geven waarom deze zaken zo lang zijn blijven liggen. Daarmee is de redelijke termijn waarbinnen de rechter de zaken kreeg voorgelegd met bijna 2,5 jaar overschreden. Ook hiermee houdt de rechtbank rekening bij het bepalen van de straffen.