Udense afpersers veroordeeld tot jarenlange celstraffen
Volgens het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. staken de verdachten begin maart vorig jaar de auto van een plaatsgenoot in brand. De rechtbank oordeelt dat hiervoor echter onvoldoende bewijs is, onder meer omdat er geen getuigen zijn van het incident en er geen sporen zijn gevonden van de verdachten. De rechtbank spreekt de mannen daarom vrij van deze brandstichting. Wel acht de rechtbank bewezen dat zij de eigenaar van de auto hebben afgeperst. Kort na de autobrand ontving de man een brief waarin de verdachten dreigden dat deze brandstichting pas het begin was. Ze eisten dat de man binnen drie dagen 40.000 euro zou afleveren op een plaats die hij later te horen zou krijgen. In de brief werd persoonlijke informatie van het slachtoffer aangehaald, zoals namen en adressen en afbeeldingen van zijn vrouw en kinderen. In de envelop zaten ook een kogel en een simkaart. Later ontving de man via die simkaart een sms'je met de locatie waar hij het geld moest achterlaten. Dit heeft hij uiteindelijk gedaan. Ook werd in het bericht verwezen naar de camera's die de man na ontvangst van de brief had laten installeren. Hieruit bleek dat het viertal de man in de gaten hield.
De 22-jarige verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. die de langste gevangenisstraf krijgt opgelegd, is vandaag ook veroordeeld voor afpersing van een pizzakoerier in Uden. Hij drukte een nepvuurwapen tegen het hoofd van het slachtoffer en sloeg hem met dit wapen en zijn vuisten. Hij maakte uiteindelijk 356 euro buit.
De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. rekent het de verdachten zwaar aan dat zij de eigenaar van de auto blootstelden aan verregaande vormen van intimidatie. Hierdoor vreesde het slachtoffer voor zijn leven en dat van zijn gezinsleden en zag hij zich genoodzaakt 40.000 euro te betalen. Bovendien voelden zij zich niet meer veilig in hun woning en zijn om die reden verhuisd. De verdachten stelden hun eigen geldelijke belang voorop en hielden geen enkele rekening met het leed dat zij het slachtoffer en zijn gezin hebben aangedaan. Daarom vindt de rechtbank aanzienlijke celstraffen op zijn plaats. De rechtbank legt een deel daarvan voorwaardelijk op om de mannen ervan te weerhouden opnieuw in de fout te gaan. Naast de celstraffen moeten de mannen het afgeperste bedrag van 40.000 euro terugbetalen aan het slachtoffer.