Veroordeling voor opruiing, groepsbelediging en aanzetten tot discriminatie via Facebook
De verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. plaatste tussen oktober en december 2015 een aantal berichten op Facebook. De politie deed in mei van dit jaar onderzoek naar de berichten en de herkomst ervan nadat via het Meldpunt Internet Discriminatie aangifte werd gedaan. Hierbij kwam de verdachte in beeld. Facebook heeft de berichten dit jaar verwijderd.
De verdachte bekende de berichten te hebben geplaatst en achter de inhoud te staan. Hij riep in de berichten onder meer Nederlanders op zich te "bewapenen" en gebruikte uitingen als "uitroeien" en "afbranden" van moslims en negroïde personen. Hiermee maakte de verdachte zich schuldig aan opruiing en groepsbelediging. Volgens de rechter is er ook genoeg bewijsEen document of stuk dat een standpunt ondersteunt. dat de verdachte heeft aangezet tot discriminatie en geweld. De berichten waren namelijk zo’n 1,5 jaar voor iedereen zichtbaar.

De rechter weegt bij het bepalen van de straf mee dat uit niets blijkt dat de verdachte met zijn berichten heeft bijgedragen aan het maatschappelijke debat over de migrantenstroom. Daarbij wijst de rechter op de woordkeuze van de verdachte die niets aan de verbeelding overlaat. Verder houdt de rechter rekening met het 39 pagina’s tellende strafbladVermelding in het strafregister dat aantekeningen bevat over de keren dat iemand in het verleden verdacht werd van strafbare feiten (met name misdrijven) en over de afloop daarvan (sepot, vrijspraak, veroordeling). van de verdachte; dit gaat met name om diefstallen. De officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. eiste een werkstraf van 80 uur en hield daarbij rekening met de tijd die inmiddels is verstreken sinds de feiten hebben gespeeld. De rechter ziet geen reden af te wijken van die eis.