Veroordelingen voor fraude met paardenvlees
Het bedrijf uit Dodewaard hield zich bezig met de in- en verkoop van onder meer vee (runderen, lammeren en geiten) en met het slachten van vee. De 52-jarige verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. was bestuurder en enig aandeelhouder van het bedrijf. Iedere week werden er tussen de 500 en 600 runderen geslacht en verwerkt. Het bedrijf leverde onder meer partijen vlees aan een vleeshandel in Elst en liet onder meer vlees opslaan door een opslaghuis in Olst. Na klachten uit Engeland en Ierland in januari 2013 over aangetroffen paardenvlees in Nederlandse rundvleesproducten, startte de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) een onderzoek. Uit onderzoek kwam naar voren dat het bedrijf uit Dodewaard ongeveer 500 pony’s liet slachten en dat paardenvlees verkocht is als rundvlees.

Valse facturen en pakbonnen
Het bedrijf in Dodewaard registreerde de verwerking van paarden niet. Op facturen en pakbonnen stond niet vermeld dat het geleverde vleesproduct paardenvlees bevatte of kon bevatten. Het opslaghuis gebruikte bij het inslaan van het vlees een andere omschrijving dan het bedrijf uit Dodewaard. Bovendien nam het opslaghuis producten in zonder dat daar een partijnummer aan was toegekend. Daarnaast deed het bedrijf uit Dodewaard voorkomen dat het product van uitsluitend Nederlandse runderen afkomstig was, terwijl ook runderen afkomstig uit andere landen in het product konden zijn verwerkt. De handelaar uit Elst wist dat voor een en dezelfde levering verschillende gegevens werden vermeld op pakbonnen en facturen, maar deed niets met die wetenschap.
Daarmee overtraden alle verdachten de wet, namelijk dat door hun handelen dierlijke producten niet traceerbaar waren. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. vindt het niet aannemelijk dat het ging om administratieve fouten, onopzettelijke slordigheden of vergissingen. Uit diverse onderzoeksrapporten is bijvoorbeeld gebleken dat 12 monsters van 100% als rundvlees verkochte partijen DNA van paard is aangetroffen. De 52-jarige directeur gaf leiding aan de verboden gedragingen. Hoewel hij wist dat de traceerbaarheid van het vlees onder druk stond, greep hij niet direct in en beperkte hij zich alleen tot het opstellen van een verbeteringsvoornemen.
Misleiding en misbruik vertrouwen
Nadat het paardenvleesschandaal begin 2013 bekend was geworden, gaf het bedrijf uit Dodewaard samen met de vleeshandel uit Elst aan klanten en afnemers zogenoemde paardvrijverklaringen af. Hierin werd verklaard dat het geleverde product vrij was van paard. Die partijen vlees waren echter feitelijk bij lange na niet allemaal paardvrij. Door het handelen van de verdachten zijn klanten misleid, ze gingen er immers vanuit dat ze rundvlees kochten. Daarnaast is misbruik gemaakt van het vertrouwen dat bedrijven in het economische verkeer in elkaar stellen. Dit klemt des te meer waar het ondernemingen zijn die zich bezighouden met het produceren en op de markt brengen van voedingsmiddelen. Mede vanwege het belang van de volksgezondheid moet de samenstelling en herkomst van producten boven iedere twijfel verheven zijn.
Bij het bepalen van de straffen houdt de rechtbank er verder rekening mee dat de verdachten hebben bijgedragen aan het negatieve imago van de Nederlandse vleesindustrie en de belangen van die sector geweld hebben aangedaan. Door hun handelen kwamen afnemers in de problemen en is hun reputatie beschadigd. Door het voeren van een onjuiste en onvolledige administratie is het de controlerende instanties zoals de NVWA onmogelijk gemaakt na te gaan waarin het paardenvlees is verwerkt. Het traceren van het vlees bleek daardoor moeilijk of zelfs onmogelijk.
Tot slot weegt mee dat het te lang heeft geduurd voordat de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. de zaak aan de rechtbank heeft voorgelegd en is behandeld. De passende celstraf van 360 dagen voor de directeur van het slachthuis verlaagt de rechtbank daarom tot 324 dagen. Daarvan legt de rechtbank 180 dagen voorwaardelijk op om te voorkomen dat hij opnieuw in de fout gaat. De straffen voor de andere directeuren die leiding gaven aan de strafbare feiten en de drie bedrijven zijn om dezelfde reden iets verlaagd.
De verwijzingen naar de uitspraken werken zo spoedig mogelijk.