's-Hertogenbosch|

Vrijspraak voor betrokkenheid bij explosie woning agent in Best

De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. Oost-Brabant heeft een man uit Waalre vrijgesproken van betrokkenheid bij een aanslag op de woning van een agent in Best. Er is onvoldoende bewijs dat hij een rol had bij de voorbereiding of de uitvoering van het delict. 

In de nacht van 12 op 13 december 2020 vond onder de carport bij een woning in Best een explosie plaats. Hierdoor sprongen meerdere ruiten van de woning en ontstond er een kleine brand onder de carport. Op dat moment waren de partner en kinderen van de politieagent in de woning aanwezig. 

Volgens de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. is de verdachte betrokken bij de brandstichting onder de carport. De man zou wraak hebben willen nemen op de agent, omdat de agent eerder boetes uitdeelde aan de zoon van de verdachte. 

Geen concreet bewijs

De rechtbank spreekt de man vrij van het verwijt. In het strafdossier zitten weliswaar aanwijzingen dat de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. wetenschap had van en betrokken was bij in ieder geval de mogelijke voorbereiding van de brandstichting, maar concreet bewijs voor (directe) betrokkenheid als (mede)pleger ontbreekt. Uit zendmastgegevens blijkt dat de telefoon van de verdachte rond het tijdstip van het voorval in de buurt van zijn eigen woning was, en het aangetroffen DNA op de dop en de schroefdraad van een flesje dat bij de explosie werd gebruikt, is niet van de verdachte. Er zijn verder geen aanwijzingen dat de verdachte voor, tijdens of na de brand in de buurt van de plaats delict was. Ook blijkt nergens concreet uit dat de verdachte opdracht gaf tot de brandstichting of dat hij behulpzaam was bij de uitvoering daarvan. Hierdoor kan het verwijt niet wettig en overtuigend worden bewezen.