Vughtse vastgoedondernemer onder voorwaarden vrij
Voorgeschiedenis
De vastgoedondernemer werd op 27 oktober jl. persoonlijk failliet verklaard, waarbij een rechter-commissaris en twee curatoren werden benoemd. Omdat de man zich volgens de rechter-commissaris niet houdt aan de verplichtingen uit de Faillissementswet, waaronder de plicht curatoren informatie te verstrekken, vroeg de rechter-commissaris een dag na het faillissement de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. om de man vast te zetten.
De rechtbank wees dit verzoek toe en de man zat sinds 2 november vast in het huis van bewaringGebouw waar verdachten zitten die nog niet zijn voorgekomen en die in voorlopige hechtenis zitten. Ook bestemd voor personen die een licht vergrijp hebben begaan en daarvoor een hechtenisstraf kregen en voor passanten die wachten op een plek in een tbs-kliniek.. Op 5 november verzocht de man om opheffing of schorsing van zijn inbewaringstelling1. In het strafrecht: voorlopige hechtenis in opdracht van de rechter-commissaris; 2. In het vreemdelingenrecht: opsluiting van iemand die niet over geldige verblijfspapieren beschikt; 3. In het kader van de Wet Bijzondere Opneming Psychiatrische Ziekenhuizen: gedwongen opname in een psychiatrische inrichting van iemand die psychisch gestoord is en een gevaar vormt voor zichzelf of zijn omgeving. 4. In het kader van de Wet zorg en dwang (Wzd): onvrijwillige opname in een zorginstelling van iemand die een verstandelijke beperking of een psychogeriatrische aandoening heeft, waarbij sprake is van direct gevaar (ernstig nadeel) voor de betrokkene zelf of zijn omgeving., maar dit wees de rechtbank af.
Beslissing van de rechtbank
De curatoren vroegen de rechtbank op 24 november de inbewaringstelling onder voorwaarden te schorsen. De rechtbank oordeelt dat de man nog altijd geen volledige openheid van zaken heeft gegeven over zijn vermogen en dat hij dus zijn informatieplicht nog niet volledig is nagekomen. Hoewel volgens de rechtbank dwang nog steeds nodig is, hoeft deze dwang op dit moment niet zover meer te gaan als de vrijheidsberovende gijzeling. De rechtbank schorst daarom de inbewaringstelling onder voorwaarden. Deze voorwaarden houden in dat de man informatie aan de curatoren moet verstrekken over de herkomst van twee tranches contant geld (113.410 en 97.900 euro) die hij aan de curatoren gaf. Ook moet hij de exacte locatie noemen van een derde tranche van circa 90.000 euro en dit bedrag aan de curatoren afgeven. Daarnaast mag de man geen vermogensbestanddelen aan de boedel onttrekken en niet zonder toestemming van de rechter-commissaris naar het buitenland vertrekken.